Bestaat de Duivel echt?

Melissa H., leerling 6 verzorging, BSO

De Duivel, ook wel Lucifer, Satan of nog anders genoemd, speelt geen onbelangrijke rol in het christendom, het is dus wel goed om te weten of hij nu wel of niet echt bestaat.picture-6

In tegenstelling tot wat beweerd wordt, moeten we Satan zeker niet enkel als symbool zien van het kwaad, maar is hij een bestaande entiteit. De Duivel bestaat en wil ons kwaad doen, dat heeft ook Paus Franciscus al meermaals gezegd. In een homilie op 30 oktober 2014 zei hij bijvoorbeeld nog:

” Deze generatie en vele anderen, geloven dat de duivel een mythe is, een figuur, een idee, het idee van het kwaad, maar de Duivel is echt en we moeten hem bestrijden”.

Ook toen hij nog kardinaal was in 2010 zei hij:

“Ik geloof dat de Duivel bestaat en zijn grootste overwinning in deze tijd is dat hij ons heeft doen geloven dat hij niet echt is.”

De paus is natuurlijk niet de enige die Satan als een werkelijkheid beschouwd, ook andere kerkgeleerden uit de gehele geschiedenis en niet te vergeten Christus zelf, spreken over de duivel als een realiteit. Het bestaan van de Duivel is dan ook een onderdeel van de katholieke leer.

Als de Duivel bestaat, waar komt hij dan vandaan en hoe ziet hij eruit? In de tekeningen die we van de duivel zien heeft hij vaak horens en bokkenpoten. Deze manier van afbeelden is afgeleid van Pan, een figuur uit de Griekse Mythologie. Hij was ondermeer de god van het woud en van de dierlijke instincten. In de bossen zou hij heel wat mensen en dieren angst hebben aangejaagd. Het woord pan-iek zou hierop bijvoorbeeld gebaseerd zijn. Dat de Duivel heel wat mensen, net zoals Pan angst inboezemt, zou een verklaring kunnen zijn dat hij met dezelfde kenmerken wordt afgebeeld, maar dat is slechts een van de vele verklaringen. Vaak zien we hem ook met een drietand en ook dit symbool is aan Griekse goden ontleend. Zowel Zeus, Poseidon, maar misschien belangrijker ook Hades, de god van de onderwereld (hel) werden met met dit attribuut afgebeeld. De duivel wordt trouwens ook nog op heel wat andere manieren afgebeeld, de ene al wat angstaanjagender dan de andere. Dat terwijl eigenlijk elke afbeelding van de duivel op voorhand al onjuist is omwille van het simpele feit dat hij geen lichaam en dus ook geen uiterlijk heeft.

In de schoolcatechismus, die vooral bij onze grootouders bekend zal zijn, kon je lezen dat de Duivel oorspronkelijk een engel was, meer bepaald de engel van het licht, “Lucifer” genaamd. Hij heeft dus niet echt een lichaam (ook nu niet), maar is net zoals de andere engelen een geest, zonder lichaam.

duivel

Natuurlijk is hij geen goede engel gebleven, hij kwam in opstand tegen God, samen met één derde van alle engelen. Deze werden demonen, slechte engelen met andere woorden. De reden van hun opstand is minder gekend, maar sommige theologen vermoeden dat de Duivel het niet kon verkroppen dat God de mens zou gaan scheppen en hen lief zou hebben, meer nog, dat Hij ook mens wilde worden in Christus om ons te redden. Dat zou dan met zich meebrengen dat de engelen voor de mens zouden moeten buigen. Omdat de Duivel de mens als minderwaardig beschouwde kon hij dit niet aanvaarden en kwam hij in opstand. Hij werd echter verslagen en uit de hemel verdreven. Of het daadwerkelijk zo is gelopen is een beetje gissen, maar wat wel vaststaat is dat de Duivel de mens haat. Hij is jaloers op de mens en wil ons kwaad doen, ook dat is in de catechismus te lezen.

43. Trachten de duivelen ons kwaad te doen?

Ja, de duivelen trachten ons kwaad te doen, uit haat tegen God en uit nijd tegen de mensen, vooral door ons tot zonde te bekoren; maar zij kunnen ons niet tot zonde brengen zonder onze vrije toestemming.

De duivel wil ons verleiden tot de zonde omdat hij het niet kan verdragen dat we gelukkig worden. Het liefst van al wil hij ons eeuwig zien lijden, afgeschermd van Gods liefde. Hij wil ons met andere woorden dus allemaal in de hel, volledig van Gods liefde afgekeerd. Al vanaf het begin van de schepping (denk aan het verhaal van Adam en Eva met Satan als de slang) wil hij ons door zijn verleidingen van God wegbrengen. Sluw als hij is doet hij dit natuurlijk vooral geleidelijk aan, zodat we er vrijwillig in trappen en ons meer en meer van God verwijderen. Volgens Franciscus werkt de Duivel in drie stappen. Eerst plant hij het kwaad in ons, het idee, een verleiding. Dan voedt hij het, laat het groeien en overgaan op anderen. Tot slot wordt het zo groot en is het kwaad zo verspreid over de samenleving dat we het gaan aanvaarden en rechtvaardigen.

Het moet niet verbazen dat de paus ons zo vaak wil duidelijk maken dat de Duivel wel degelijk bestaat. Als we ons bewust zijn van de Duivel, zullen we van nature ook meer op onze hoede zijn voor zijn verleidingen. We moeten ons altijd afvragen wat goed is en kwaad. God wil dat we allemaal gered worden, dat we de Weg van zijn liefde kennen. We moeten ons dus steeds de vraag stellen, wat is het wat God wil en dat doen we door naar het evangelie te kijken en naar de handelingen van Christus, niet door mee te lopen met wat de maatschappij op dat moment aanvaardbaar vindt.

Hoezo u speelt computerspelletjes? U geeft toch godsdienst?

Hoezo u speelt computerspelletjes? U geeft toch godsdienst?
een leerling, 5 verzorging, BSO

Terwijl vele leerlingen het wel ‘cool’ of grappig vinden dat ik zo nu en dan computerspellen speel, zijn er toch ook wel leerlingen die me vragen of dat wel kan om als leerkracht katholieke godsdienst, of gewoonweg als katholiek, computerspellen te spelen? Dat is een goede vraag natuurlijk. In principe zou het spelen van computerspelletjes geen probleem mogen zijn, maar tegelijkertijd wil dit ook niet zeggen dat zomaar alles kan of mag.

Al eeuwen lang vragen katholieken zich af of we ons wel met spelletjes mogen bezighouden en of ze ons niet teveel van God afleiden. Een heel belangrijke geleerde en kerkvader Sint Thomas van Aquino leert dat spelletjes door het plezier dat eruit voort komt, onze ziel tot rust brengen en tot ontspanning laat komen. Om die reden kunnen spelletjes dus zeker goed zijn, want rust is nodig voor de ziel. Sint Thomas voegde er nog wel aan toe dat we natuurlijk met mate moeten spelen. (Zoals je misschien wel wist is matigheid dan ook 1 van de 4 kardinale deugden in ons geloof). Wanneer we onze tijd alleen maar zouden vullen met spelen en we geen tijd meer over hebben voor ons gezin, werk of voor God, is dat vanzelfsprekend niet goed en geldt het als luiheid, één van de 7 hoofdzonden.

Natuurlijk had St. Thomas van Aquino het over gewone spellen en niet over computerspelletjes of ‘games’, maar dat maakt eigenlijk geen verschil op het vlak van het plezier en de ontspanning die eruit voortkomen. Wat wel redelijk nieuw is aan games in tegenstelling tot gewone spellen is het verhalend aspect. Of het nu gaat over de loodgieter die en prinses redt in Mario Bros, een marinier die de demonen uit de hel moet verslaan in DOOM of Masterchief die aliens bevecht in Halo , de conclusie blijft dat alle grote games niet alleen ontspanning bieden, maar ook een verhaal. De laatste jaren is de verhaallijn in games dan ook een steeds grotere rol gaan spelen en dat heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de omzet van games die van boeken en films al heeft ingehaald. Games zouden dan wel eens de grootste verhalenvertellers van onze tijd kunnen zijn.

Doom_cover_art

Verhalen op zich zijn natuurlijk niet nieuw, ze worden al eeuwen gebruikt om gebeurtenissen door te vertellen en om waarden en normen door te geven. Ze leren ons over vriendschap, moed , zelfopoffering en andere waarden die we als mensen belangrijk vinden. Ook games geven dus op hun beurt waarden door als hedendaagse verhalen. Terwijl het sprookje ‘sneeuwwitje’ ons leert over de negatieve aspecten van jaloezie en ijdelheid, leert het spel Halo 2 ons wat de gevaren zijn van het volgen van valse profeten. Bijzonder is dat de speler van games ook zelf de loop van dit verhaal  kan mee bepalen. Wie een spel speelt moet soms kiezen tussen goed en kwaad, hij bepaalt of zijn karakter in het spel het juiste pad kiest, of afdwaalt op het verkeerde. Er moeten soms dus echt morele beslissingen genomen worden. Ik herinner me bijvoorbeeld een moment uit het spel Far cry 2 waar ik moest kiezen tussen, je vrienden helpen die worden aangevallen, of een priester bijstaan die vluchtelingen wil laten ontsnappen langs een geheime doorgang achter de biechtstoel. Het spel zette me toen in een situatie waarin ik waarschijnlijk anders nooit zou staan en het daagde mij daarmee uit om verder na te denken over morele keuzes en hun gevolgen. Verder in het spel werd je als speler dan ook geconfronteerd met de gevolgen van je keuze die bepalend waren voor het verloop van het verhaal. Games kunnen dus ook voor ons geloofsleven een verrijking zijn, ook al komt er soms geweld in voor.

762920_orig

Dit geweld kan er natuurlijk wel voor zorgen dat deze games minder of niet geschikt zijn voor kinderen van jonge leeftijd, maar dat is niet anders voor films of verhalen. Zelfs in de Bijbel staan er verhalen die ik nu nog niet aan mijn kinderen zou vertellen en het is dus raadzaam om ook altijd waakzaam te zijn. Je kan ook altijd gewelddadige fragmenten uit games aangrijpen om met je kinderen over de aard van geweld en onze visie als gelovigen hierover te praten.

Ook ongeacht onze leeftijd moeten we opletten met welke games we spelen. In 2007 waarschuwde paus Benedictus XVI nog voor games en programma’s die geweld verheerlijken of seksualiteit oppervlakkig weergeven. Zo was er in het verleden bijvoorbeeld het spel Manhunt waarin het de bedoeling was om mensen op verschillende gruwelijke wijzen om te brengen. Dit soort van spellen zijn natuurlijk niet gepast en zou je zelfs zondig kunnen noemen. Ik kan me ook voorstellen dat als er ooit een computerspel van ’50 tinten grijs’ verschijnt, dit in dezelfde categorie zou vallen. Het mag niet de bedoeling zijn dat games gaan leiden tot gewelddadige of negatieve gedachten en handelingen in het dagelijkse leven, want dan is er wel gevaar voor ons geloofsleven. Gelukkig vallen de meeste games niet onder deze categorie en is er een heel ruime keuze  aan goede games.

Manhunt

Samengevat kunnen we dus zeggen dat ‘gamen’ geen enkel probleem hoeft te zijn als katholiek, zolang we ons niet verliezen in spellen die geweld verheerlijken of seksueel verwerpelijke thema’s aanbieden. Goede games geven ons de mogelijkheid om te ontspannen en geven ons als moderne interactieve verhalen de kans om verder na te denken over goed en kwaad in een omgeving waarin we fouten kunnen maken en hieruit kunnen leren.

‘Game on’ dus!

“Was er ooit een Belgische paus?”

“Was er ooit een Belgische paus?”
Een leerling, 5 organisatiehulp, BSO

Eigenlijk niet, van de 267 pausen die we al hebben gehad in de geschiedenis , was er niet één een Belg. Volgens Vaticaankenners was de Belgische kardinaal Suenens de laatste echte kanshebber om de eerste Belgische paus te worden. Of dat echt het geval was zullen we nooit helemaal zeker weten, want uiteindelijk werden paus Johannes Paulus I en II verkozen en kregen we dus een Italiaanse en daarna een Poolse paus in plaats van een Belgische. Kardinaal Danneels die aan de laatste twee conclaven deelnam was in tegenstelling tot wat sommige journalisten dachten, nooit echt een realistische kanshebber.

Het dichtste wat bij een ‘Belgische’ paus komt is eigenlijk paus Hadrianus VI (ook wel Adrianus VI genoemd). Hij is op 2 maart 1459 in het Nederlands Utrecht geboren als Adriaan Florenszoon Boeyens. Hij was paus van januari 1522 tot september 1523. Hoewel hij een Nederlander en dus geen Belg was heeft hij wel enkele jaren in België gewoond en studeerde hij er vanaf 1476 ondermeer theologie (= godgeleerdheid) aan de universiteit van Leuven. Later gaf hij er ook zelf les. In Leuven vind je dan ook nog steeds het Adrianus VI college terug, waar ook de Vlaamse priesters hun opleiding krijgen.

Hadrianus VI was een paus die ondanks zijn korte pontificaat (= periode waarin hij paus was) toch wel wat werk verricht heeft. Hij was echter niet echt heel geliefd bij de Romeinen omdat hij veel mensen tegen de schenen stampte in zijn strijd tegen de corruptie die er toen heerste. Na zijn dood zou het meer dan 500 jaar duren voor er weer een niet-Italiaanse paus verkozen werd.

Uiteindelijk doet de nationaliteit van een paus er niet echt toe, zolang het maar een goede katholiek is. Natuurlijk geeft het altijd wel een beetje een extra ‘boost’ aan het geloof, wanneer een landgenoot tot paus verkozen wordt. Het kan er voor zorgen dat mensen opnieuw interesse krijgen in het geloof en zich erin gaan verdiepen. We zullen het voorlopig dus nog even zonder Belgische paus moeten stellen, maar wie weet word jij of één van je klasgenoten later wel de allereerste…

Afbeelding

Mogen dieren in de kerk komen?

“Mogen dieren in de kerk komen?”
Enkele leerlingen
Collega 
Bart Van Gheluwe, Sint Norbertusinstituut, Lange Winkelstraat

Deze vraag werd me al eerder gesteld en dit weekend ook door een collega. Iedereen is welkom in de kerk wordt er gezegd. Men heeft het dan natuurlijk over mensen, maar hoe zit het dan met dieren? Mag je bijvoorbeeld je hondje meenemen in de kerk of in een kapel?

Dieren zijn levende wezens en zijn een belangrijk deel van de schepping en worden door de katholieke Kerk dan zeker ook gewaardeerd. Als mensen in het algemeen en als katholieken in het bijzonder, moeten we liefdevol zorg dragen voor de schepping en daar horen de dieren vanzelfsprekend bij. Toch heeft Paus Franciscus er al voor gewaarschuwd dat dierenliefde geen vervanging van naastenliefde mag worden. Wanneer we wel honderden euro’s uitgeven aan kleedjes, speelgoed en zelfs cosmetica voor onze huisdieren, maar geen oog meer hebben voor een medemens die verhongerd, is er iets grondig mis in onze verhouding met de mens en de rest van de schepping.

Over het meebrengen van dieren in de kerk bestaan eigenlijk geen strikte regels. Natuurlijk wordt de kerk wel beschouwd als het huis van God. Christus is er echt aanwezig in het tabernakel en het is een plaats van stilte en gebed. Dat het niet altijd gepast is om daar met (huis)dieren binnen te komen, voelen de meeste mensen zelf ook wel aan. In het artikel “meneer,waarom knielt u?” heb ik al verteld dat Christus de allerhoogste is en als Koning der koningen aanzien wordt. Je zou je dan kunnen afvragen of je ook je hondje of papegaai zou meenemen als je wordt uitgenodigd om bij de koning te komen, laat staan bij de Koning der koningen. Natuurlijk is het meebrengen van een geleidehond of assistentiehond voor gehandicapten geen enkel probleem, maar ook daarnaast zijn er nog enkele andere momenten waarop het meebrengen van dieren in de kerk wel gepast is.

Zo gebeurt het bijvoorbeeld al wel eens dat huisdieren gezegend worden op de feestdag van de Heilige Franciscus. Van deze heilige wordt gezegd dat hij met de dieren kon praten en daardoor is hij dan ook de beschermheilige van de dieren. De zegening van de dieren gebeurt wel meestal buiten de kerk, maar het kan ook voorvallen dat men het in de kerk doet. Een ander interessant voorbeeld is de pauselijke zegen van de lammeren op 21 januari ,de feestdag van Sint Agnes. De Paus zegent dan lammetjes die zullen worden opgevoed in het klooster van St. Cecillia in Rome. Ze zijn zeer bijzonder, want hun wol zal worden gebruikt om de pallia te maken. Een pallium is een wollen schouderband die de Paus draagt. De Paus schenkt ook een pallium aan elke nieuwe aartsbisschop die deze draagt als teken van verbondenheid met de Paus. In 2013 gebeurde ook deze zegening binnen in een kapel van het Vaticaan.

Samengevat bestaat er dus geen absoluut verbod op dieren in kerkgebouwen, maar in de regel laten we dieren thuis. Het is een kwestie van respect. Uitzonderlijk worden ze wel uitgenodigd om een zegen te ontvangen. Verder horen we als katholieken met grote zorg om te gaan met dieren omdat ze een belangrijk deel uitmaken van de schepping van God.

Afbeelding

Moeten jullie zomaar altijd volgen wat de paus zegt?

Moeten jullie zomaar altijd volgen wat de paus zegt?
Ikram 5 Verzorging BSO

Een goeie vraag! Het antwoord is eigenlijk “nee”: we moeten hem niet altijd  en in alles volgen. De paus is geen sekteleider die beslag wil leggen op elk domein van ons leven. Natuurlijk is de paus wel de zichtbare leider van de Kerk, daarmee komt hij natuurlijk na Christus die de onzichtbare leider is van de Kerk.

Omdat Jezus het belang besefte van een leider, die als een goede herder zijn kudde leidt, verzorgt en bijeenhoudt, heeft hij de Kerk een duidelijke leider gegeven. De eerste van deze leiders was Petrus. Hij werd opgevolgd door een hele reeks pausen. Paus Franciscus is momenteel de laatste in die rij.

Allemaal goed en wel, maar hoe zit het nu met dat volgen? Wanneer moeten we de paus wel volgen? En wanneer hoeven we hem niet te volgen? Ik probeer het uit te leggen aan de hand van een voorbeeld. Probeer de paus even voor te stellen als je leerkracht Nederlands of een leerkracht PAV.

In de klas geeft de leerkracht les over zijn vak. Wanneer hij je de spellingsregels uitlegt, moeten jullie deze volgen. Je doet dat dan niet alleen om punten te krijgen, maar ook omdat dit gewoon ook buiten de school de juiste manier van schrijven is.  Bovendien geeft het volgen van de spellings- en andere regels je bijvoorbeeld meer kans op succes bij een sollicitatie. “HEEEEEEEEEEEEEEEEEYYYYYYY dirkteurtje!!!!!!!!!!!!!!!” zal minder succes oogsten dan “Geachte directeur,” Spelling, maar ook spraakkunst en grammatica behoren allemaal tot de inhoud van zijn vak  en deze regels moeten jullie volgen.

Naast de inhoud van een vak zal je leerkracht soms ook opmerkingen geven in verband met je gedrag in de klas. Je leerkracht kan je zeggen extra goed op te letten, je recht te zetten, te zwijgen of je in ernstige gevallen je verplichten de klas te verlaten. Dit heeft te maken met gedrag en leefregels en deze moet je ook volgen.

Naast dingen die je moet doen, vertelt de leerkracht waarschijnlijk nog wel veel meer in de klas. Hij kan je suggesties doen bijvoorbeeld.  Het zou kunnen dat de leerkracht je zegt dat het goed  voor je zou zijn wat extra oefeningen te maken. Omdat het dan om een suggestie gaat, ben je niet verplicht dat te doen, maar het zou je natuurlijk wel helpen.

Wat ook voor kan komen: de leerkracht vertelt iets over zichzelf. Zo kan het zijn dat je leerkracht zegt: “Ik vind Oreo-koekjes de lekkerste koekjes van de wereld”. Het gaat dan over een  persoonlijke mening van de leerkracht, die je natuurlijk niet moet volgen.

Op dezelfde manier waarop je in de klas de leerkracht volgt, moeten we dat ook met de paus doen. We zijn verplicht de paus te volgen als het over (geloofs)inhoud gaat of over gedrags- en leefregels, (in de Kerk ook wel moraliteit en zeden genoemd). Verder worden we aangespoord om suggesties te volgen. We zijn natuurlijk niet verplicht om achter persoonlijke meningen van de paus te staan die niets met geloof of gedrag te maken hebben.

* Het gezag van de paus is trouwens nog iets steviger dan dat van een leerkracht, want in de gevallen waarin we de paus moeten volgen geloven we dat de paus onfeilbaar is.  In tegenstelling tot de leerkracht die het alleen van zijn ervaring en opleiding moet hebben, geloven we dat de paus ook door de Heilige Geest wordt bijgestaan om geen fouten te maken. Op deze manier zijn we dus zeker dat de paus de waarheid spreekt, wanneer we hem moeten volgen.

popeFrancisHappySpeaking_large

Hoe wordt iemand heilig verklaard?

Hoe wordt iemand heilig verklaard?
verschillende leerlingen, 6 organisatiehulp en verzorging, BSO

Heilig worden is eigenlijk het beste wat een mens kan overkomen. Je mag dan je eeuwigheid in de aanwezigheid van God en in opperste staat van geluk doorbrengen. Het is dus zeker goed om weten wiens voorbeeld we op de weg naar heiligheid kunnen volgen. Om dat te kunnen doen moet je natuurlijk eerst weten wie er heilig is. Ondermeer om deze reden houdt de Kerk zich bezig met heilig-verklaringen. Wanneer de Kerk iemand heilig verklaard, is het echter niet zo dat ze een heilige “maken”. De Kerk geeft de gelovigen gewoon de garantie dat die bepaalde persoon in de hemel is. Voor katholieken is dit niet alleen belangrijk als voorbeeld, maar ook omdat we geloven dat we via de heiligen gunsten kunnen vragen aan God. Wij vragen iets aan een heilige en die vraagt dan aan God om Zijn hulp. We aanbidden de heiligen dus niet, maar vragen hen om hun gebed. Op dezelfde manier kan je bijvoorbeeld ook aan vrienden of familieleden vragen om voor jou te bidden. Aan heiligen vragen om voor je te bidden is zeker zo effectief, want zij zijn al bij God, in de hemel.

Het is natuurlijk niet zo makkelijk om te weten te komen of iemand weldegelijk in de hemel zit. De Paus heeft immers geen vaste telefoonlijn met de hemel. Hoe kan hij dan mensen heilig verklaren?

Wel, wanneer je een overleden vriend of familielid heilig wil laten verklaren, ga je daarvoor eerst naar je plaatselijke bisschop. In principe kan dit pas vijf jaar na de dood van deze persoon. De bisschop zal de zaak bekijken en eventueel het dossier doorsturen naar zijn oversten in Rome. Daar beslist men of er een verder onderzoek komt. Hiervoor heeft de Kerk een aparte congregatie voor de “Zaken van de Heiligen”. Een “promotor Fidei”, een heiligheids- of geloofs-promotor zou je kunnen zeggen, gaat dan verder na of de kandidaat-heilige inderdaad wel een goed katholiek leven heeft geleid. Ze kunnen daarvoor praten met mensen die hem gekend hebben, kijken naar zijn levenstijl, naar de teksten die hij eventueel geschreven heeft en misschien wel naar zijn rapporten uit het middelbaar. Wanneer dit allemaal positief blijkt te zijn, wordt als eerste stap in het heiligverklarings-proces of de canonisatie, de kandidaat-heilige “eerbiedwaardig” verklaard.

Als ultieme bewijs gaat de Kerk dan ook onderzoeken of er door de tussenkomst van deze ‘eerbiedwaardige’ wonderen gebeurd zijn. Wanneer bijvoorbeeld iemand , toen ze aan het graf van de kandidaat-heilige zat te bidden plotseling van longkanker genezen is, gaan zowel katholieke en niet-katholieke wetenschappers van de Kerk onderzoeken wat er nu precies gebeurd is. Als dan geen wetenschappelijke verklaring kan gevonden worden voor wat er is gebeurd, gaat het onderzoek voort en zoeken ook psychologen en godsdienstige geleerden of er geen andere verklaring te vinden is. Vinden ze niets wat een gewone verklaring kan zijn, dan wordt het wonder erkend. Als je zover bent kan de eerbiedwaardige persoon door de paus “Zalig” verklaard worden. Het wonder is immers een bewijs voor de tussenkomst van de eerbiedwaardige en deze kan alleen tot stand komen als de persoon in kwestie in de hemel zit. Hij mag vanaf zijn zalig-verklaring in zijn eigen bisdom vereerd worden of in de kloostergemeenschap waarvan hij misschien lid was. Pas wanneer er een tweede wonder aan te pas komt, wordt hij “Heilig” verklaard. Vanaf dan mag de heilige over de hele katholieke wereld openlijk vereerd worden en wordt hij opgenomen in de heiligenkalender.

Een uitzondering op deze regel in verband met wonderen, zijn de martelaars. Martelaars zijn mensen die omwille van hun geloofsovertuiging gedood werden. Van hen wordt geloofd dat ze rechtsreeks naar de hemel gaan en ze hebben dus geen wonder nodig als bewijs.

Als je ooit heilig verklaard wil worden, kan je dus maar beter werk maken van een goed en gelovig leven, meer daarover lees je hier. Natuurlijk mag je het niet alleen doen om “bekend” te worden. Wie bekendheid en roem wil kan zich beter inschrijven voor de volgende reeks van “idool” of “popstar”. Heiligheid heeft niets te maken met wat we zelf willen, maar met ons inzetten voor wat God wil.

Afbeelding

Waarom zegt de paus dat condooms niet helpen tegen aids?

Waarom zegt de paus dat condooms niet helpen tegen aids?
Robin A. 6 verzorging BSO

Toen we in de klas een documentaire zagen over het aftreden van paus Benedictus XVI, verscheen daarin een fragment waarin Benedictus zei dat condooms niet de oplossing zijn voor het aidsprobleem, maar het probleem zelfs groter maken. Waarom zei hij dat?

Dat is een heel goeie vraag. Het is natuurlijk niet zo dat de paus zou denken dat het condoom geen invloed heeft wanneer iemand met aids vrijt met iemand zonder aids, of dat je een nog ergere vorm van aids zou kunnen krijgen wanneer je een condoom gebruikt. Paus-emeritus Benedictus is echt geen idioot,  zoals de media hem soms afschilderen, maar een erg intelligente priester. Hij heeft in het verleden als professor aan verschillende universiteiten lesgegeven. Wanneer hij zo’n uitspraak doet, is het dus niet onverstandig om na te denken over wat er achter zit.

De Kerk bekijkt het aidsprobleem eigenlijk niet alleen als een puur medisch gegeven. Ze zien het in een groter geheel dat te maken heeft met te manier waarop heel wat mensen in de laatste 50 jaar hun seksualiteit beleven. Aids is hierin volgens de kerk eerder een gevolg dan een oorzaak. Iedereen weet natuurlijk dat als je een gevolg wil aanpakken, je bij de oorzaak moet beginnen. Wanneer je bijvoorbeeld steeds je knieën bezeerd omdat je over de rommel in je kamer valt, zal je moeder je geen kniebeschermers aanbieden om het probleem op te lossen. Ze zal veel eerder zeggen dat je de oorzaak, je rommel dus, moet oplossen door alles op te ruimen. De gevolgen, bezeerde knieën, zullen zich daarna niet meer voordoen.

De Kerk ziet seksualiteit buiten het huwelijk als de grootste oorzaak van het aidsprobleem. Dat kan dan zowel gaan over seksualiteit voor het huwelijk, als over het bedriegen van je partner tijdens het huwelijk. Deze hebben tot gevolg dat mensen tegenwoordig niet meer 1, maar gemiddeld 7(!) sekspartners hebben in hun leven. Dat verhoogt natuurlijk enorm je kans op besmetting met een SOA, zeker als je weet dat elk van deze 7 partners ook nog eens gemiddeld met 7 partners het bed deelden en zo verder.

Deze manier van leven wordt volgens de kerk nu net ondermeer mogelijk gemaakt door het condoom. Het geeft mensen een gevoel van veiligheid. Ze voelen zich beschermd tegen seksueel overdraagbare zieken en ongewenste zwangerschappen en dat zorgt ervoor dat ze nog meer seksueel actief worden en op de duur ook meer risico’s gaan nemen. Hoe meer je vrijt met een condoom hoe hoger de kans dat er eens een keer iets mis loopt. Daarnaast is er nog het morele en emotionele aspect. Seksualiteit wordt vrijblijvender en heeft daardoor ook wat aan waarde verloren. De nadruk ligt niet meer alleen op het uiten van liefde en het stichten van een gezin, maar ligt nu voor een groot deel op het bevredigen van ‘lichamelijke verlangens’. Seksualiteit is voor velen niet meer iets dat wordt bewaard voor de persoon waarmee je de rest van je leven wil delen. Tegelijkertijd blijven veel mensen toch wel met een negatief emotioneel gevoel achter wanneer ze, na zichzelf ook lichamelijk helemaal te hebben gegeven, gekwetst achterblijven na een mislukte relatie.

Er is verder ook nog de seksuele ontrouw die makkelijker is geworden door voorbehoedsmiddelen . Deze ontrouw laat emotioneel nog diepere wonden achter voor zowel de bedrogen partner als andere gezinsleden die erdoor worden getroffen.

De Kerk gelooft dat aids zeer effectief bestreden kan worden door huwelijkse trouw. Wanneer iedereen enkel met zijn echtgenoot(e) het bed deelt kan aids misschien binnen één generatie worden opgelost. Verder biedt het ook een emotionele bescherming. Om deze redenen dat de Kerk gelooft dat het maar heel kortzichtig is om te denken dat condooms het aidsprobleem zullen oplossen. Daarom zegt de paus nu net dat condooms niet het juiste redmiddel zijn in de strijd tegen aids. Ze lossen een gevolg op, maar dragen tegelijkertijd bij aan de oorzaak, waardoor het probleem blijft duren. Natuurlijk ziet de paus wel in dat wanneer iemand met het aids-virus, zich niet kan beheersen en zijn liefde toch lichamelijk wil uiten, hij beter wel een condoom gebruikt. De regel “gij zult niet doden” is een hele belangrijke regel in het geloof en kan natuurlijk ook niet worden ontkend. Verder is de katholieke kerk ook de grootste hulporganisatie ter wereld op het vlak de behandeling van aids-patienten. Toch blijven ze erbij dat condooms zeker niet de meest ideale methode zijn de strijd tegen aids

Uiteindelijk beseft iedereen wel dat het probleem groter is dan enkel het medische aspect. Wanneer je later getrouwd bent zal je er waarschijnlijk de voorkeur aan geven dat je partner je niet bedriegt in plaats dat hij je “veilig” bedriegt. Daarover gaat het uiteindelijk voor de Kerk, ze wil mensen écht gelukkig maken en niet enkel medisch in orde.

imgres

Mogen katholieken zich laten cremeren?

Mogen katholieken zich laten cremeren?

Yentl, 7 kinderzorg, BSO

Eeuwenlang zou mijn antwoord “nee” geweest zijn. Crematie was lange tijd ten strengste verboden. Daarmee wilde de Kerk zich duidelijk onderscheiden van de heidense godsdiensten uit onze streken. Deze heidenen hadden vaak de gewoonte om hun doden te cremeren. Wie het heidense leven had verlaten en christelijk was geworden, wilde dat duidelijk laten zien. Dit deden ze niet alleen door andere levenskeuzes te maken maar ook door de manier waarop ze afscheid namen van de wereld moest duidelijk worden dat ze een nieuw geloof hadden aangenomen.

Dit was echter niet de enige reden om niet voor crematie te kiezen. Het heeft ook met theologie temaken. De katholieke kerk gelooft dat na onze dood, ons lichaam opnieuw zal opstaan en verenigd met onze geest eeuwig zal leven in de hemel of de hel. In de Middeleeuwen stelde men zich daar heel praktische vragen bij. Hoe kon je lichaam nu opnieuw opstaan als het helemaal opgebrand was? Natuurlijk hoeft dit geen probleem te zijn, we krijgen niet het vergane lichaam bij de heropstanding, maar een verheerlijkt lichaam. Om misverstanden te voorkomen besliste de kerk het crematieverbod dus toch maar wat handhaven om zich er zeker niet aan te verbranden. Dat bleef ook later zo, toen sommige mensen zich opzettelijk lieten cremeren na hun dood. Dit deden ze specifiek om de verrijzenis van het lichaam te ontkennen. Crematie bleef dus verboden om ons als katholieken van deze groep afvalligen te onderscheidden.

Door de jaren begonnen al deze bezwaren tegen crematie langzaam maar zeker te verdwijnen. De oorspronkelijke natuurgodsdiensten van de heidenen uit onze landen waren al lang geen concurrentie meer voor de Kerk. De meeste katholieken hebben ondertussen ook begrepen dat het een verheerlijkt lichaam is dat we zullen krijgen bij de wederopstanding en mensen laten zich al lang niet meer cremeren uit protest tegen de Kerk of tegen het geloof in de verrijzenis. Het is dan ook daarom dat onder paus Paulus VI in 1966 de crematie opnieuw werd toegestaan voor katholieken. Vanaf 1997 mag de crematie zelfs gebeuren voor de afscheidsdienst in de kerk. In plaats van de kist, zijn dan de assen van de overledene aanwezig in de kerk.

Toch blijft de voorkeur uitgaan naar het begraven van de overledenen. Dat heeft vooral met symboliek te maken. Het lichaam blijft dan echt een plaats hebben op aarde, die van het graf. Dit graf is niet alleen een rustplaats, maar ook een plaats waar de familie met de hele gemeenschap samenkomt om de doden te herdenken. Het begraven lichaam symboliseert ook het zaadje dat sterft in de grond om later vruchten voort te brengen. Een teken dus dat met de dood het leven niet eindigt, maar dat het een nieuw begin betekent van eeuwig leven.

images

Waarom draagt de paus een Jodenhoedje? Hij is toch katholiek?

“Waarom draagt de paus een Jodenhoedje? Hij is toch katholiek?”

een leerling 5 organisatiehulp BSO

ZucchettoSmall

Het is niet onbegrijpelijk dat er wat verwarring ontstaat tussen de joodse “kippa” en de “pileolus” die ondermeer gedragen wordt door de Paus en de kardinalen. Toch is er een verschil tussen deze twee hoofddeksels.

Bij de joden komt het gebruik voort uit de joodse wet. Er zou staan dat mannen hun hoofd moeten bedekken. De kippa moet de drager ervan, bewust maken dat God altijd boven hem is. Toch is slechts een minderheid van de rabbijnen ervan overtuigd dat je altijd een keppel of kippa moet dragen. Het is dan ook meer een traditie of gewoonte. Vele joodse mannen dragen alleen een kippa op feestdagen, op belangrijke godsdienstige plaatsen (zoals aan de Klaagmuur),  en als ze bidden.

Tonsur_Carlo_CrivelliDe pileolus heeft een heel andere oorsprong. Naar alle waarschijnlijkheid werd het gedragen door geestelijken die hun hoofd warm wilden houden. Al van in de vroege Middeleeuwen, was het de gewoonte dat geestelijken de bovenkant van hun hoofd kaalschoren. Dit “kapsel” noemen we een tonsuur. De monniken en priesters toonden hiermee dat ze zich aan God onderworpen en hun leven volledig aan Hem toewijdden. Het haar dat dan op het hoofd bleef staan deed ook denken aan de doornenkroon van Jezus. Omdat het echter heel koud kan zijn om met een kaal hoofd rond te lopen, gingen de geestelijken na een tijd een pileolus dragen op het hoofd, om zo toch niet alle lichaamswarmte te verliezen.

Hoewel het gebruik van de tonsuur min of meer verdwenen is uit de Kerkelijke traditie, is men met het dragen van een pileolus toch doorgegaan. Vooral de Paus, kardinalen en bisschoppen dragen het nog op officiële momenten, maar ook priesters dragen het nog af en toe. Aan de kleur van de pileolus kan je trouwens, net zoals bij de soutane, de kerkelijke “rang” van de geestelijke herkennen. Bij de Paus is deze wit, kardinalen dragen rood, bisschoppen paars en priesters zwart.

We kennen de pileolus ook nog onder de naam “solideo”. Dit betekent “enkel voor God”. Deze naam heeft het te danken aan het feit dat dit hoofddeksel door de bisschop wordt afgenomen tijdens het Eucharistisch gebed. Dit is het gebed waarbij de hostie en de wijn veranderen in lichaam en bloed van Christus.

Hoewel de kippa en de pileolus dus erg hard op elkaar lijken, hebben ze dus niets met elkaar te maken.

kippa

Waar was Jozef toen Jezus stierf aan het kruis?

“Waar was Jozef toen Jezus stierf aan het kruis?”

Ikram 5 Organisatiehulp BSO

Een goede vraag! Waar was Jozef, “de pleegvader” of “voedstervader” van Jezus toen Hij stierf aan het kruis? In de Bijbel lezen we immers wel dat Maria (de moeder van Christus), Maria Magdalena en Maria (de vrouw van Kleopas) aanwezig waren aan het kruis. Ook Johannes was  aanwezig, als enige van de apostelen. In ieder geval is Jozef er blijkbaar niet.

Over het algemeen wordt aangenomen dat Jozef op dat moment al lang overleden was. We lezen immers enkel over Jozef in de Bijbel in de evangelies over de geboorte en jeugd van Jezus. Zo kunnen we lezen dat hij afstamt van Koning David. Onder zijn bescherming komt de zwangere Maria in Bethlehem terecht, waar ze in een stal bevalt van het kind Jezus.  Jozef zorgt er ook voor dat Jezus niet wordt vermoord door de soldaten van Herodes door met het gezin naar Egypte te vluchten. Hij neemt de beslissing om te vluchten na een droom te hebben ontvangen van een engel. De familie keert pas terug nadat Herodes gestorven is. Jozef wordt in de teksten een laatste keer vermeld in het verhaal over de Heilige familie die Jezus uit het oog verliest en Hem na enkele dagen terugvindt in de tempel van Jeruzalem.

Daarna is het niet alleen stil rond de jeugd van Jezus, maar verdwijnt ook Jozef uit de teksten. Op de bruiloft van Kana, het eerste verhaal in de Bijbel over Jezus als volwassene, lezen we wel dat Jezus op dit feest aanwezig is met Maria, maar Jozef wordt vanaf dan niet meer vermeld. Waarschijnlijk is Jozef dus overleden in de periode hiertussen. Daarbij was hij volgens de traditie omringd door zijn liefdevolle vrouw en Jezus. Omdat de Kerk het als een groot geluk beschouwt te kunnen sterven in hun nabije aanwezigheid, is Jozef dan ook de beschermheilige van de gelukzalige dood geworden.

Het is dan ook voor de Heilige Jozef dat sommige katholieken in het verleden zouden gebeden hebben wanneer ze een slechte paus hadden. Buiten bidden voor een (snelle) gelukzalige dood konden ze immers niet anders doen om van een slechte paus af te geraken. Gelukkig is de periode van slechte pausen al lang verleden tijd en hebben we dit soort gebed voor een paus niet meer nodig. Verder is Sint-Jozef ook de beschermheilige van de vaders, het gezin, houtbewerkers, België, de Kerk,… en het lijstje kan zo nog wel even doorgaan. Ondanks zijn schijnbaar kleine rol in de Bijbel is hij dus een heel grote heilige!

Tip: De eerste homilie (preek) van paus Franciscus handelde eveneens over Sint-Jozef en is zeker de moeite om te lezen! Je vindt de Nederlandse versie hier.

Afbeelding