Tellen de sacramenten wel als je ze krijgt van een zondige priester?

Tellen de sacramenten wel als je ze krijgt van een zondige priester?
Vicky 7 Organisatie-assistentie, bso

Wanneer ik in een les over het priesterschap vertelde dat priesters celibatair moeten leven,  kreeg ik deze opnieuw goeie vraag. Vicky vertelde me dat ze haar vormsel had gekregen van een priester.
Hoewel het vormsel op zich moet worden toegediend door een bisschop, hoeft dit op zich geen probleem te zijn, want in nood mag de bisschop ook aan een priester de toestemming geven om het vormsel toe te dienen. Waarschijnlijk was dat dus ook hier het geval. Wat bij Vicky echter meer op de maag lag was dat het een priester was waarvan achteraf bleek dat hij toch een relatie had. Vicky vroeg zich dus bezorgd af of  haar vormsel eigenlijk nog wel geldig was, als haar vormheer in zonde had geleefd wanneer deze haar het vormsel had toegediend. Met andere woorden, tellen sacramenten nog als we ze krijgen van een zondige priester?

Gelukkig heeft de Kerk goed nieuws voor Vicky. De geldigheid van de sacramenten hangt niet af van de “heiligheid” van de bedienaar (=de persoon van wie je het sacrament “krijgt”). Ze zijn dus ook geldig als ze door een priester of bisschop die in staat van zonde is, worden toegediend. Dit komt omdat de kracht van de sacramenten niet van de heiligheid van de priester afkomstig is, maar uit de heiligheid van Christus komt, die in de priester werkt. De kracht is dus niet van de priester zelf, maar van Christus afkomstig. Zolang de priester de bedoeling had om het sacrament toe te dienen zoals de Kerk dat doet, is het sacrament geldig, ongeacht zijn eigen zondigheid.

Je zou het een heel klein beetje kunnen vergelijken met iemand die een lening gaat vragen in de bank. Deze lening kan hij dan verkrijgen via een medewerker van de bank die alles voor hem in orde brengt. Het geld is echter afkomstig van de bank zelf en niet van de medewerker in kwestie. Het zou dus best kunnen dat de medewerker zelf heel wat schulden heeft, maar dat heeft geen invloed op de lening die jij met de bank afsluit.

Dat de sacramenten niet afhankelijk zijn van de heiligheid van de priester, wil natuurlijk niet zeggen dat priesters niet hun uiterste best moeten doen om toch heilig te leven. Het is niet alleen hun plicht als katholiek, maar ze vervullen bovendien ook nog een voorbeeldfunctie. Ze zijn de herders van hun kudde die bestaat uit de parochianen . Een slechte priester kan niet alleen zijn parochie, maar ook de hele Kerk ernstige schade toebrengen, denk  bijvoorbeeld maar aan de schade die door pedofiele priesters werd aangebracht.

Samengevat kunnen we dus stellen dat ook sacramenten van zondige priesters geldig zijn. De priester geeft het sacrament niet uit eigen kracht, maar als vertegenwoordiger van Christus die van Hem de kracht gekregen heeft deze sacramenten toe te dienen.  Toch blijft het de verantwoordelijkheid van elke katholiek en van de priester in het bijzonder, om een waardige vertegenwoordiger van de Kerk en Jezus te zijn, door een goed en heilig leven te leiden.

Afbeelding

Zijn alle kardinalen ook bisschop?

Zijn alle kardinalen ook bisschop?
Chanceline 7 kinderzorg BSO

Het antwoord is ja, sinds 1958 is het verplicht om een bisschopswijding te hebben gehad om kardinaal te worden. In het verleden was dat niet zo, het was zelfs niet verplicht om priester te zijn om kardinaal te worden. Zo werd bijvoorbeeld de filosoof Jaques Maritain als laatste leek tot kardinaal benoemd in 1956.

Maar wat is nu het verschil tussen een bisschop en een kardinaal? Het bisschopsambt is een wijding die je kan ontvangen als je priester bent. Wie als bisschop is gewijd , wordt daarmee een opvolger van de apostelen en mag dan alle sacramenten toedienen. Dit in tegenstelling tot een gewone priester die geen vormsel kan toedienen of geen priesters kan wijden. Een bisschop krijgt ook altijd een bisdom toegewezen dat hij in principe zal gaan besturen.

Wanneer een bisschop kardinaal wordt, wordt hij niet gewijd, maar gecreëerd door de Paus, in het onderwijs zouden we zeggen ‘benoemd’. Het is dus meer een administratieve titel. Kardinalen maken, wanneer ze jonger zijn dan tachtig jaar, deel uit van het College van kardinalen. Ze geven raad aan de Paus en kiezen een nieuwe paus wanneer deze overleden is. Ter vergelijking worden ze ook wel eens de ministers van de Paus genoemd.

De meeste kardinalen (ongeveer 3/4) zijn aartsbisschoppen uit de verschillende kerkprovincies van de wereld. Voor België is aartsbisschop Leonard nog geen kardinaal omdat zijn voorganger, kardinaal Danneels nog in leven is. Uit respect wacht de Kerk dan tot Danneels is overleden om zijn opvolger kardinaal te maken. Ze werken dan ook meestal niet in Rome, maar in hun eigen bisdom, dat ze als aartsbisschop besturen en waar ze ook verplicht in moeten wonen.

Het overige deel van de kardinalen (1/4) zijn lid van de Romeinse Curie en ze zorgen als lid hiervan mee voor het besturen van de Kerk. Ze hebben op 7 uitzonderingen na, geen écht bisdom om te besturen, maar een titulair bidsom. Dit is een bisdom dat eigenlijk niet meer bestaat. Zo zijn er bijvoorbeeld vooral in Noord-Afrika heel veel bisdommen verdwenen nadat deze streek door de Islamitische Arabieren werden veroverd. Deze kardinalen zijn dan ook vrijgesteld van hun taken als bisschop en moeten dus ook niet in deze bisdommen wonen. Zo kunnen zich volledig concentreren op hun werk in de Romeinse Curie te Rome.

Kardinalen zijn dus sinds 1958 altijd bisschoppen. Ze mogen daardoor ook alle sacramenten toedienen. Verder staan ze zoals elke bisschop aan het hoofd van een bisdom, al is dat soms alleen maar een bisdom op papier en moeten ze dus niet altijd echt hun bisdom besturen.

Kardinalen, te herkennen aan hun rode pileolus en bisschoppen, te herkennen aan hun paarse  pileolus

Kardinalen, te herkennen aan hun rode pileolus en bisschoppen, te herkennen aan hun paarse pileolus

Hoe wordt iemand heilig verklaard?

Hoe wordt iemand heilig verklaard?
verschillende leerlingen, 6 organisatiehulp en verzorging, BSO

Heilig worden is eigenlijk het beste wat een mens kan overkomen. Je mag dan je eeuwigheid in de aanwezigheid van God en in opperste staat van geluk doorbrengen. Het is dus zeker goed om weten wiens voorbeeld we op de weg naar heiligheid kunnen volgen. Om dat te kunnen doen moet je natuurlijk eerst weten wie er heilig is. Ondermeer om deze reden houdt de Kerk zich bezig met heilig-verklaringen. Wanneer de Kerk iemand heilig verklaard, is het echter niet zo dat ze een heilige “maken”. De Kerk geeft de gelovigen gewoon de garantie dat die bepaalde persoon in de hemel is. Voor katholieken is dit niet alleen belangrijk als voorbeeld, maar ook omdat we geloven dat we via de heiligen gunsten kunnen vragen aan God. Wij vragen iets aan een heilige en die vraagt dan aan God om Zijn hulp. We aanbidden de heiligen dus niet, maar vragen hen om hun gebed. Op dezelfde manier kan je bijvoorbeeld ook aan vrienden of familieleden vragen om voor jou te bidden. Aan heiligen vragen om voor je te bidden is zeker zo effectief, want zij zijn al bij God, in de hemel.

Het is natuurlijk niet zo makkelijk om te weten te komen of iemand weldegelijk in de hemel zit. De Paus heeft immers geen vaste telefoonlijn met de hemel. Hoe kan hij dan mensen heilig verklaren?

Wel, wanneer je een overleden vriend of familielid heilig wil laten verklaren, ga je daarvoor eerst naar je plaatselijke bisschop. In principe kan dit pas vijf jaar na de dood van deze persoon. De bisschop zal de zaak bekijken en eventueel het dossier doorsturen naar zijn oversten in Rome. Daar beslist men of er een verder onderzoek komt. Hiervoor heeft de Kerk een aparte congregatie voor de “Zaken van de Heiligen”. Een “promotor Fidei”, een heiligheids- of geloofs-promotor zou je kunnen zeggen, gaat dan verder na of de kandidaat-heilige inderdaad wel een goed katholiek leven heeft geleid. Ze kunnen daarvoor praten met mensen die hem gekend hebben, kijken naar zijn levenstijl, naar de teksten die hij eventueel geschreven heeft en misschien wel naar zijn rapporten uit het middelbaar. Wanneer dit allemaal positief blijkt te zijn, wordt als eerste stap in het heiligverklarings-proces of de canonisatie, de kandidaat-heilige “eerbiedwaardig” verklaard.

Als ultieme bewijs gaat de Kerk dan ook onderzoeken of er door de tussenkomst van deze ‘eerbiedwaardige’ wonderen gebeurd zijn. Wanneer bijvoorbeeld iemand , toen ze aan het graf van de kandidaat-heilige zat te bidden plotseling van longkanker genezen is, gaan zowel katholieke en niet-katholieke wetenschappers van de Kerk onderzoeken wat er nu precies gebeurd is. Als dan geen wetenschappelijke verklaring kan gevonden worden voor wat er is gebeurd, gaat het onderzoek voort en zoeken ook psychologen en godsdienstige geleerden of er geen andere verklaring te vinden is. Vinden ze niets wat een gewone verklaring kan zijn, dan wordt het wonder erkend. Als je zover bent kan de eerbiedwaardige persoon door de paus “Zalig” verklaard worden. Het wonder is immers een bewijs voor de tussenkomst van de eerbiedwaardige en deze kan alleen tot stand komen als de persoon in kwestie in de hemel zit. Hij mag vanaf zijn zalig-verklaring in zijn eigen bisdom vereerd worden of in de kloostergemeenschap waarvan hij misschien lid was. Pas wanneer er een tweede wonder aan te pas komt, wordt hij “Heilig” verklaard. Vanaf dan mag de heilige over de hele katholieke wereld openlijk vereerd worden en wordt hij opgenomen in de heiligenkalender.

Een uitzondering op deze regel in verband met wonderen, zijn de martelaars. Martelaars zijn mensen die omwille van hun geloofsovertuiging gedood werden. Van hen wordt geloofd dat ze rechtsreeks naar de hemel gaan en ze hebben dus geen wonder nodig als bewijs.

Als je ooit heilig verklaard wil worden, kan je dus maar beter werk maken van een goed en gelovig leven, meer daarover lees je hier. Natuurlijk mag je het niet alleen doen om “bekend” te worden. Wie bekendheid en roem wil kan zich beter inschrijven voor de volgende reeks van “idool” of “popstar”. Heiligheid heeft niets te maken met wat we zelf willen, maar met ons inzetten voor wat God wil.

Afbeelding