Zijn alle kardinalen ook bisschop?

Zijn alle kardinalen ook bisschop?
Chanceline 7 kinderzorg BSO

Het antwoord is ja, sinds 1958 is het verplicht om een bisschopswijding te hebben gehad om kardinaal te worden. In het verleden was dat niet zo, het was zelfs niet verplicht om priester te zijn om kardinaal te worden. Zo werd bijvoorbeeld de filosoof Jaques Maritain als laatste leek tot kardinaal benoemd in 1956.

Maar wat is nu het verschil tussen een bisschop en een kardinaal? Het bisschopsambt is een wijding die je kan ontvangen als je priester bent. Wie als bisschop is gewijd , wordt daarmee een opvolger van de apostelen en mag dan alle sacramenten toedienen. Dit in tegenstelling tot een gewone priester die geen vormsel kan toedienen of geen priesters kan wijden. Een bisschop krijgt ook altijd een bisdom toegewezen dat hij in principe zal gaan besturen.

Wanneer een bisschop kardinaal wordt, wordt hij niet gewijd, maar gecreëerd door de Paus, in het onderwijs zouden we zeggen ‘benoemd’. Het is dus meer een administratieve titel. Kardinalen maken, wanneer ze jonger zijn dan tachtig jaar, deel uit van het College van kardinalen. Ze geven raad aan de Paus en kiezen een nieuwe paus wanneer deze overleden is. Ter vergelijking worden ze ook wel eens de ministers van de Paus genoemd.

De meeste kardinalen (ongeveer 3/4) zijn aartsbisschoppen uit de verschillende kerkprovincies van de wereld. Voor België is aartsbisschop Leonard nog geen kardinaal omdat zijn voorganger, kardinaal Danneels nog in leven is. Uit respect wacht de Kerk dan tot Danneels is overleden om zijn opvolger kardinaal te maken. Ze werken dan ook meestal niet in Rome, maar in hun eigen bisdom, dat ze als aartsbisschop besturen en waar ze ook verplicht in moeten wonen.

Het overige deel van de kardinalen (1/4) zijn lid van de Romeinse Curie en ze zorgen als lid hiervan mee voor het besturen van de Kerk. Ze hebben op 7 uitzonderingen na, geen écht bisdom om te besturen, maar een titulair bidsom. Dit is een bisdom dat eigenlijk niet meer bestaat. Zo zijn er bijvoorbeeld vooral in Noord-Afrika heel veel bisdommen verdwenen nadat deze streek door de Islamitische Arabieren werden veroverd. Deze kardinalen zijn dan ook vrijgesteld van hun taken als bisschop en moeten dus ook niet in deze bisdommen wonen. Zo kunnen zich volledig concentreren op hun werk in de Romeinse Curie te Rome.

Kardinalen zijn dus sinds 1958 altijd bisschoppen. Ze mogen daardoor ook alle sacramenten toedienen. Verder staan ze zoals elke bisschop aan het hoofd van een bisdom, al is dat soms alleen maar een bisdom op papier en moeten ze dus niet altijd echt hun bisdom besturen.

Kardinalen, te herkennen aan hun rode pileolus en bisschoppen, te herkennen aan hun paarse  pileolus

Kardinalen, te herkennen aan hun rode pileolus en bisschoppen, te herkennen aan hun paarse pileolus

Advertenties

Waarom doet de priester “de afwas” tijdens de mis?

“Waarom doet de priester “de afwas” tijdens de mis?”
Prince 5 organisatiehulp BSO

Toen we met de klas een eucharistieviering bijwoonden in een klooster, stelde één van mijn leerlingen de volgende vraag: “Waarom doet hij nu de afwas en laat hij dat niet staan voor de anderen? Daar zijn toch nonnekes die dat kunnen doen”. Op het eerste zicht geen domme vraag, waarom begint de priester al met ‘opruimen’ als de mis nog bezig is? Kan de afwas niet wachten tot alles gedaan is? Zoals altijd in de katholieke Kerk, zit ook hier meer achter dan wat we op het eerste zicht denken.

“De afwas” waarover Prince het had, is natuurlijk niet zomaar als het paar bordjes en tassen waarmee je hebt ontbeten. De hostie en de geconsacreerde wijn die de priester drinkt, zijn verder ook geen pistolé of broodje en koffie, maar werkelijk het Lichaam en het Bloed van Christus. Ook het vaatwerk zoals de kelk en de schaal (ciborie) waarin de hosties worden bewaard, zijn dus bijzonder, want ze moeten het lichaam van Christus “dragen”. Het spreekt voor zich dat we daarvoor speciale voorwerpen gebruiken en niet het 365+ vaatwerk dat je vindt bij de IKEA. Je ziet deze ‘gewijde vaten’ op de tekening hieronder:

Afbeelding

Wanneer je thuis een ontbijt hebt gehad, gooi je meestal de broodkruimels die achterblijven op je bord, gewoon weg . Ook de laatste druppel koffie verdwijnt in de vaatwasser of in het afwaswater. Dat kan je natuurlijk niet doen met de ‘kruimels’ of de ‘wijn’ die er overblijven na de communie (het moment waarop iedereen de hostie ontvangt). De hosties en de wijn zijn niet langer gewoon brood en wijn, maar zijn écht het Lichaam van Christus geworden. Ook de laatste ‘kruimels’ die overblijven en de laatste druppel ‘wijn’ zijn dus ditzelfde Lichaam van Christus. Om deze reden is het ‘opruimen’ hiervan dus ook zorgvuldig geregeld volgens een bepaalde structuur. Het verloopt als volgt:

De priester die naar het altaar is teruggekeerd na het uitdelen van de communie, verzamelt de overgebleven hosties en plaatst ze terug op de plaats waar deze worden bewaard, meestal gebeurt dit in het tabernakel. De overgebleven ‘wijn’ drinkt hij op.
Daarna wordt de pateen en eventueel ook de ciborie afgekuist boven de kelk, zodat de overgebleven delen van de hosties in de beker vallen. Daarna wordt water in de beker gegoten en wordt deze helemaal leeg gedronken door de priester waarbij hij zegt “Heer, laat ons in een zuiver hart (Quod ore sumpsimus) “. Daarna wordt het vaatwerk met een daarvoor bestemd doekje afgekuist en op het voorziene tafeltje gezet (men noemt dit het credestafeltje).

Slechts in heel uitzonderlijke gevallen wordt het liturgische vaatwerk pas na de mis door de priester of een diaken gereinigd. Dat kan bijvoorbeeld bij grote vieringen waarin een te grote hoeveelheid vaatwerk werd gebruikt.

Afbeelding

De priester reinigt het gewijde vaatwerk dus meestal zelf tijdens de mis, omdat het niet over zomaar een maaltijd en om zomaar vaatwerk gaat, maar om het Lichaam van Christus en de daarvoor speciaal voorziene dragers. De reiniging hiervan moet dus ook op een respectvolle manier gebeuren en maakt daarom deel uit van de mis zelf.

Mogen katholieken een bikini dragen?

“Mogen katholieken een bikini dragen?”
Seline 6 verzorging BSO

Dat is eigenlijk een goeie vraag, waarop ook geen eenduidig antwoord is. Veel hangt af van je interpretatie van Bijbelse teksten, maar ook van de reden waarom je een bikini wil dragen.

In de bijbel lezen we wel bij de eerste brief aan de christen van Korinte dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest (1 Kor 6:19) ook wij moeten er dus zeker wel respectvol mee omgaan.  Adam en Eva wisten al vanaf het moment dat ze van de verboden vrucht hadden gegeten dat ze hun naaktheid moesten bedekken en ook dat moeten we dus doen. Wie zichzelf en zijn lichaam respecteert loopt er niet zomaar mee ten toon en kleedt zich gepast.  Tot zover de Bijbel. Het is nu aan ons en de Kerk om te kijken hoe we dit in ons dagelijks leven moeten toepassen. 

De Kerk leert ons dat veel afhangt van de intentie. Dat betekent, van de reden waarom je iets doet. Er is een enorm verschil tussen iemand die een bikini draagt om erin te zwemmen of iemand die een bikini draag om met haar lichaam mannelijke aandacht te krijgen. In het tweede geval spreken we zeker wel over een zonde. Niet alleen is het altijd een zonde als je ijdel bent, maar verder is het wel erg ongepast om je lichaam te gebruiken om lust op te wekken bij mannen. Zeker als je daarbij bedenkt dat je lichaam een tempel is van God en dus geen lokmiddel.

Een bikini als zwem-outfit en eventueel bij het zonnen erna, kan volgens sommige katholieken dus wel, zolang het de intieme zone’s van de vrouw maar voldoende bedekt. Een bikini-string en monokini worden dus over het algemeen als ‘zondig’ beschouwd. Anderen menen dan weer dat een bikini hoe dan ook te “naakt” is. Het is dus zeker nog een punt van discussie waarbij je er goed aan doet er toch degelijk over na te denken en je geweten te volgen. Bij andere activiteiten naast zwemmen of zonnen, is het eerder ongepast om een bikini te dragen. Een bikini dragen om uit te gaan, terrasjes te doen of te gaan shoppen doen we als katholieken dus niet. Hetzelfde geldt trouwens ook voor mannen die dezelfde dingen ook niet moeten doen in hun zwembroek. Niet voor niets hangt er in vele terrasjes op toeristische plaatsen een bord met “no shirt, no service” (geen hemd is geen bediening). Vanzelfsprekend is het al helemaal niet gepast om in zwemkledij een kerk binnen te wandelen. (Meer daarover lees je hier.)

Naast deze kleine vuistregels merkt de kerk op om altijd voorzichtig te zijn. Als je denkt dat je bikini te veel (verkeerde) aandacht zal trekken, is het beter om een gewoon badpak aan te trekken. Wanneer je dus bijvoorbeeld als jonge leerkracht op uitstap naar zee gaat, met een klas 16-jarige jongens die wel al wat last krijgen van hun hormonen, zou je kunnen opteren voor een badpak. De voorzichtigheid is trouwens een van de 4 katholieken kardinale deugden, samen met de moed, rechtvaardigheid en matigheid.  Deze vier goede eigenschappen van onze ziel helpen ons om in verschillende situaties een juiste keuze te maken, die ons dichter bij God brengen. Dus ook als het om kleding-kwesties gaat.  

no shirt no shoes no service

 

“Was er ooit een Belgische paus?”

“Was er ooit een Belgische paus?”
Een leerling, 5 organisatiehulp, BSO

Eigenlijk niet, van de 267 pausen die we al hebben gehad in de geschiedenis , was er niet één een Belg. Volgens Vaticaankenners was de Belgische kardinaal Suenens de laatste echte kanshebber om de eerste Belgische paus te worden. Of dat echt het geval was zullen we nooit helemaal zeker weten, want uiteindelijk werden paus Johannes Paulus I en II verkozen en kregen we dus een Italiaanse en daarna een Poolse paus in plaats van een Belgische. Kardinaal Danneels die aan de laatste twee conclaven deelnam was in tegenstelling tot wat sommige journalisten dachten, nooit echt een realistische kanshebber.

Het dichtste wat bij een ‘Belgische’ paus komt is eigenlijk paus Hadrianus VI (ook wel Adrianus VI genoemd). Hij is op 2 maart 1459 in het Nederlands Utrecht geboren als Adriaan Florenszoon Boeyens. Hij was paus van januari 1522 tot september 1523. Hoewel hij een Nederlander en dus geen Belg was heeft hij wel enkele jaren in België gewoond en studeerde hij er vanaf 1476 ondermeer theologie (= godgeleerdheid) aan de universiteit van Leuven. Later gaf hij er ook zelf les. In Leuven vind je dan ook nog steeds het Adrianus VI college terug, waar ook de Vlaamse priesters hun opleiding krijgen.

Hadrianus VI was een paus die ondanks zijn korte pontificaat (= periode waarin hij paus was) toch wel wat werk verricht heeft. Hij was echter niet echt heel geliefd bij de Romeinen omdat hij veel mensen tegen de schenen stampte in zijn strijd tegen de corruptie die er toen heerste. Na zijn dood zou het meer dan 500 jaar duren voor er weer een niet-Italiaanse paus verkozen werd.

Uiteindelijk doet de nationaliteit van een paus er niet echt toe, zolang het maar een goede katholiek is. Natuurlijk geeft het altijd wel een beetje een extra ‘boost’ aan het geloof, wanneer een landgenoot tot paus verkozen wordt. Het kan er voor zorgen dat mensen opnieuw interesse krijgen in het geloof en zich erin gaan verdiepen. We zullen het voorlopig dus nog even zonder Belgische paus moeten stellen, maar wie weet word jij of één van je klasgenoten later wel de allereerste…

Afbeelding

Mogen dieren in de kerk komen?

“Mogen dieren in de kerk komen?”
Enkele leerlingen
Collega 
Bart Van Gheluwe, Sint Norbertusinstituut, Lange Winkelstraat

Deze vraag werd me al eerder gesteld en dit weekend ook door een collega. Iedereen is welkom in de kerk wordt er gezegd. Men heeft het dan natuurlijk over mensen, maar hoe zit het dan met dieren? Mag je bijvoorbeeld je hondje meenemen in de kerk of in een kapel?

Dieren zijn levende wezens en zijn een belangrijk deel van de schepping en worden door de katholieke Kerk dan zeker ook gewaardeerd. Als mensen in het algemeen en als katholieken in het bijzonder, moeten we liefdevol zorg dragen voor de schepping en daar horen de dieren vanzelfsprekend bij. Toch heeft Paus Franciscus er al voor gewaarschuwd dat dierenliefde geen vervanging van naastenliefde mag worden. Wanneer we wel honderden euro’s uitgeven aan kleedjes, speelgoed en zelfs cosmetica voor onze huisdieren, maar geen oog meer hebben voor een medemens die verhongerd, is er iets grondig mis in onze verhouding met de mens en de rest van de schepping.

Over het meebrengen van dieren in de kerk bestaan eigenlijk geen strikte regels. Natuurlijk wordt de kerk wel beschouwd als het huis van God. Christus is er echt aanwezig in het tabernakel en het is een plaats van stilte en gebed. Dat het niet altijd gepast is om daar met (huis)dieren binnen te komen, voelen de meeste mensen zelf ook wel aan. In het artikel “meneer,waarom knielt u?” heb ik al verteld dat Christus de allerhoogste is en als Koning der koningen aanzien wordt. Je zou je dan kunnen afvragen of je ook je hondje of papegaai zou meenemen als je wordt uitgenodigd om bij de koning te komen, laat staan bij de Koning der koningen. Natuurlijk is het meebrengen van een geleidehond of assistentiehond voor gehandicapten geen enkel probleem, maar ook daarnaast zijn er nog enkele andere momenten waarop het meebrengen van dieren in de kerk wel gepast is.

Zo gebeurt het bijvoorbeeld al wel eens dat huisdieren gezegend worden op de feestdag van de Heilige Franciscus. Van deze heilige wordt gezegd dat hij met de dieren kon praten en daardoor is hij dan ook de beschermheilige van de dieren. De zegening van de dieren gebeurt wel meestal buiten de kerk, maar het kan ook voorvallen dat men het in de kerk doet. Een ander interessant voorbeeld is de pauselijke zegen van de lammeren op 21 januari ,de feestdag van Sint Agnes. De Paus zegent dan lammetjes die zullen worden opgevoed in het klooster van St. Cecillia in Rome. Ze zijn zeer bijzonder, want hun wol zal worden gebruikt om de pallia te maken. Een pallium is een wollen schouderband die de Paus draagt. De Paus schenkt ook een pallium aan elke nieuwe aartsbisschop die deze draagt als teken van verbondenheid met de Paus. In 2013 gebeurde ook deze zegening binnen in een kapel van het Vaticaan.

Samengevat bestaat er dus geen absoluut verbod op dieren in kerkgebouwen, maar in de regel laten we dieren thuis. Het is een kwestie van respect. Uitzonderlijk worden ze wel uitgenodigd om een zegen te ontvangen. Verder horen we als katholieken met grote zorg om te gaan met dieren omdat ze een belangrijk deel uitmaken van de schepping van God.

Afbeelding

Wat is een eigenlijk een diaken?

Wat is een eigenlijk een diaken?
David, 7de jaar Thuis en bejaardenzorg BSO

Het zien van een diaken kan soms wel een beetje verwarrend zijn. Hij lijkt op een priester maar heeft niet dezelfde kledij of taken en wat misschien nog vreemder is, is dat hij getrouwd kan zijn.  Is hij dan een halve priester, een protestant misschien of nog iets helemaal anders?  Hoog tijd dus om eens uit te  pluizen wat een diaken nu precies is en wat hij doet.

Kort samengevat is een diaken een gewijde man die helpt om binnen de kerk vieringen te verzorgen en mensen in verschillende noden bij te staan. Diaconie betekent dan ook letterlijk ‘dienst’ of ‘hulp’. Je kan ze herkennen aan de stola die ze schuin over hun schouder dragen (zie foto). Eigenlijk zijn er twee soorten diakens. We hebben de transuent diakens en de permanente diakens.

De transuent diakens zijn eigenlijk overgangsdiakens, die later priester zullen worden. Je wordt niet zomaar priester in één keer, maar je krijgt deze wijding in verschillende stappen zou je kunnen zeggen.  Wie karate doet krijgt ook niet van de eerste keer een zwarte band, maar begint met wit krijgt na een tijd geel , dan oranje, groen, blauw, bruin en dan pas een zwarte band. Bij het priesterschap zijn er 7 wijdingen of stappen, namelijk die van poortwachter, lector, misdienaar, uitdrijver, subdiaken, diaken en tot slot priester. Diaken is dus de voorlaatste wijding voor het priesterschap, in karatevergelijkingen is het transuent diaconaat dus de bruine band als het  priesterschap de zwarte is.

Een permanent diaken is geen tussenstap naar het priesterschap. Wie hiervoor kiest blijft dus diaken. Het gaat net zoals bij priesters ook alleen om mannen en ze moeten net als priesters celibatair leven. In tegenstelling tot het priesterschap kunnen vanaf hun 35 ook getrouwde mannen diaken worden, deze moeten natuurlijk niet celibatair leven, maar ze mogen normaal gezien niet hertrouwen wanneer hun vrouw sterft.

Een diaken helpt de priester bij zijn taken in de parochie of ergens anders. Zo kan hij tijdens de mis voorlezen uit de bijbel of de preek houden. Hij kan ook zelf een gebedsviering leiden en de gewijde hostie uitdelen. Hij mag ook het doopsel uitvoeren en als getuige voor de kerk een huwelijksviering voorgaan. Verder staat hij ten dienste van de gemeenschap en zet hij zich bijvoorbeeld in voor de armen, die zieken of andere mensen in nood. Diakens bestaan dan ook al heel erg lang in de bijbel. Je kan er over de allereerste diakens lezen dat ze als helpers van de apostelen worden aangeduid om de zorg voor de weduwen op zich te nemen, omdat de apostelen het vaak heel erg druk hadden met hun taken op het vlak van geloofsverkondiging en dergelijke.

Samengevat kunnen we het volgende zeggen: Diakens zijn zeker katholiek. Het zijn geen priesters hoewel transuente diakens dat wel zullen worden. Permanente diakens kunnen in tegenstelling tot priesters wel getrouwd zijn, maar blijven dan ook diaken. Hun voornaamste taak is het helpen in de vieringen en dienstbaarheid betonen aan hun medemensen in naam van de Kerk.

Afbeelding

Waarom dopen jullie baby’s ze kiezen er toch niet zelf voor?

Waarom dopen jullie baby’s ze kiezen er toch niet zelf voor?
Esperanza  5 organisatiehulp BSO

Een goeie vraag, die vooral komt van protestantse leerlingen. Ergens zit er wel een waarheid in deze vraag natuurlijk, wanneer we onze kinderen dopen, hebben ze ons daarvoor vanzelfsprekend geen toestemming gegeven. Waarom doen we dit dan eigenlijk? Is dat wel eerlijk tegenover onze kinderen? Ik probeer het uit te leggen.

Wanneer we als ouder iets voor onze kinderen doen, gebeurt dit altijd omdat we van hen houden en omdat we ervan overtuigd zijn dat wat we doen,  goed voor hen is. We geven hen bijvoorbeeld veel liefde, warme kledij,  groenten en vlees, inentingen en alles waarvan wij denken dat ze het nodig hebben om gelukkig te zijn . We doen dat allemaal omdat we denken dat dit goed voor hen is. Nu kan het best zijn dat ze vegetarisch worden, dat ze een andere smaak van kledij krijgen of dat ze inentingen overbodig vinden wanneer ze volwassen zijn.  Dat neemt echter niet weg dat we onze kinderen deze dingen toch willen meegegeven.

Net hetzelfde is het met de kinderdoop. Als katholieken geloven we dat God goed voor ons is en dat Hij ons gelukkig maakt. We geloven dat we door het doopsel helemaal worden opgenomen in de liefde van God en dat het doopsel ons bevrijdt van de macht van de zonde waardoor de weg naar de hemel vrij komt.  Deze liefde en vrijheid willen we dan ook zo snel mogelijk met onze kinderen delen, want we willen dat ook zij gelukkig zijn. Het is dus logischerwijs een plicht voor elke katholieke ouder om zijn kind door het doopsel van dit geluk te laten genieten en hen op te voeden in het geloof. Het is dan ook niet voor niets dat partners tijdens de huwelijksceremonie in de kerk, elkaar niet alleen trouw beloven, maar ook beloven tegenover elkaar en Christus dat ze een gezin zullen stichten en de kinderen katholiek zullen opvoeden.

Het is natuurlijk aan de kinderen zelf om ook later uit eigen naam opnieuw voor God te kiezen. Dat gebeurt ondermeer tijdens het sacrament van het vormsel, maar ook door de keuzes die ze elke dag van hun leven zullen moeten maken. De kinderdoop heeft dus niets met dwang, maar alles met Liefde en vrijheid te maken.