Hoe behandel je homofobie in de klas?

Begin mei werd in de media bekend dat de jonge homoseksueel Ishane Jarfi vermoord werd omwille van zijn geaardheid. Drie mannen werden opgepakt en een onderzoek zal nu moeten uitwijzen hoe de vork precies aan de steel zat. Ongeacht de uitkomst van het proces is het duidelijk dat geweld tegen homoseksuelen blijft stijgen, al dan niet gepleegd door allochtone jongeren.

Wanneer nieuws van geweld en een moord als deze ons bereiken, kunnen we als katholieke leerkrachten niet anders dan deze te veroordelen. Als we ons christen willen noemen, mogen we niet zwijgen voor geweld en discriminatie. Ik ben mijn lesweek dan ook begonnen met het bespreken en veroordelen van deze vreselijke moord. Omdat het sommige jongeren verbaasde dat ik me als katholieke leerkracht uitsprak tegen discriminatie van homofielen, ben ik in de klas ook blijven stilstaan bij de katholieke visie over homoseksualiteit.  Het moet duidelijk zijn dat de kerk ook deze kwestie behandeld vanuit de liefde. De liefde voor de mens die ons leert niet te discrimineren en geweld te veroordelen, maar ook diezelfde liefde voor de mens die ons het gezin als ideaal toont, waardoor de homoseksuele praktijk niet kan worden goedgekeurd.

De moord heeft ook de overheid wakkergeschud en er werd terecht opgeroepen om een anti-discriminatieplan op te stellen. Ik maak me echter wel zorgen over de mogelijke inhoud van dit plan en in het bijzonder voor wat deze voor het onderwijs zal inhouden. Op de radio stelde een vertegenwoordiger van een ‘holebi’ vereniging dat we in (school)boeken, naast verhalen van verliefde jongens en meisjes ook verhaaltjes zouden moeten krijgen over homokoppels. Het door de overheid verspreide onderwijsblad “Klasse” suggereede in haar uitgave voor leerkrachten dat we ernaar moeten streven dat leerlingen homoseksualiteit als een evenwaardige relatievorm gaan zien en stelde zelfs voor, het onderwerp ook in de kleuterklas aan te brengen. Als een anti-discriminatieplan als deze in voegen treed kom ik als katholieke godsdienstleerkracht echter ernstig in de problemen, want deze visie kan ik noch met mijn geweten, noch met de leer van de Kerk in verzoening brengen. Wat als men deze “moderne” visie gaat opleggen aan katholieke scholen? Ik hoop dat de overheid, wanneer ze werkt aan dit plan, aandacht zal hebben voor ieders vrijheid. Een anti-discriminatieplan dat op het einde resulteert in discriminatie van katholieken, verliest immers zijn nut en bestaansrecht.   Het bestrijden van discriminatie en geweld, moet en zal altijd een prioriteit blijven in de lessen katholieke godsdienst, maar daarbij mag ene kwaad het andere niet vervangen.

Advertenties