I will certainly ad this book to my reading list now. I agree that we have serious work to do when it comes to moral education. The ‘Big Me” culture seems to be wide spread even in the institutes of catholic education, where in the past the emphasis has always been more on the “crooked timber” approach of St Augustine.
Presently I work for catholic education system in Belgium, that largely follows the Australian approach of catholic education for some years now. Although there are some forms of critique against the “Big Me” culture, the approach taken in catholic education and larger in recent catholic thinking seems to be suffering from that very same selfie-culture. Since the sixties there has been a shift from learning from great examples in catholic history, to one of ‘listening to once own conscience’.
The importance of conscience is off course not new to catholic thinking, but there was always an understanding that this conscience had to be well formed. In order to achieve this formation , catholic catechesis and education didn’t only drew upon the deposit of faith, but always referred to the life of the saints ( and not to forget, Christ Himself) as shining example of living a life of virtue.
Like Yuval Hariri in his book ‘Sapiens’, modern thinkers oftentimes wrongfully see the saints as a kind of demi-gods in a pantheon that are only worshipped to gain goods or favours in specific areas of life, when actually they are examples of how we should live a virtues life when we face problems or suffering in these areas. The saints show us how to apply virtues ideas, that can sometimes be quite theoretical, in real life and in daily circumstances. Together with a decent theological and theoretical background, the life of the saints offered an essential part in the formation of conscience of pupils and in developing the virtues that emerge from it.
The problem of the present approach in catholic education is the lack of this essential part in the formation of conscience. In times of politic correctness and relativism, there is a fear to speak about transcendent truths. In contradiction to efforts in church history to convert people to a better and virtues life, there exists a fear in the minds of many church leaders and various other officials in catholic education, to be seen as proselytising. The same goes with talking about sin, which is avoided in fear of sounding judgemental. In the same train of thought the life of saints are avoided because these virtues men and women would often speak about these truths, the ugliness of sins and the need for conversion.
In this way the conviction of the crooked timber is abandoned for the idea of original goodness like this text supposes and all what left is the ‘Big me’ again. When we tell pupils to follow there conscience, but neglect to assist in its formation, they can only turn to themselves to decide what is good or wrong, without a standard to measure themselves against. In this way we deprive them of the treasure of faith and the example of so many good saints, that could provide them wonderful chances in the development of their virtues and further life.
I hope that books like this one may help us to rediscover the value of good examples in our life and for the lives of our pupils.
Tijdens deze vastenperiode las ik het boek ‘Christus Vincit’ waarin Diane Montagna in dialoog gaat met bisschop Athenasius Schneider over de Kerk in onze tijd. In dit boek geeft de bisschop heel wat tips voor het beleven van een Christelijk leven, welke ik graag met u deel.
Vandaag bekijken we zijn tips voor gehuwden
Beschouw vervolging als een genade van God omdat het zuivert en versterkt, niet alleen als iets negatiefs.
Wortel jezelf in het katholieke geloof door de studie van de catechismus.
Bescherm de integriteit van je gezin boven alles.
De catechese van uw kinderen is uw eerste plicht.
Bid dagelijks met uw kinderen, bijvoorbeeld litanieën en de Rozenkrans.
Maak van je huis ook een huiskerk.
Maak bij afwezigheid van een priester en zondagsmis, een spirituele communie.
Verlaat met je gezin een parochie die fouten verspreidt en ga naar een parochie waar men trouw is aan de leer van de Kerk, zelfs als je hiervoor ver moet reizen.
Hou uw kinderen van school als ze worden geconfronteerd met moreel gevaar bij de “seksuele voorlichting.”
Wanneer je je kinderen hiervan niet kan weghouden, richt dan een coalitie van ouders op om voor dat recht te vechten.
Strijd voor ouderlijke rechten met behulp van de beschikbare democratische instrumenten.
Richt een brede kruistocht van gebed op tussen katholieke gezinnen, leken, gelovigen, priesters en bisschoppen onder de bescherming van het Onbevlekte Hart, van Maria en de heilige engelen. Dit zal alle aanvallen van de ongelovige wereld weerstaan. Christus vincit!
Deel I uit deze reeks met tips voor gehuwden kan u hier lezen
Het boek Christus Vincit is verschenen in het Engels en kan besteld worden op Bol.com
Op Amazon.nl kan ook een ebook versie van dit boek besteld worden.
Zo’n 100 jaar geleden verscheen naar de hand van de Zalige Priester Poppe het boekje ‘Bij de kindervriend’ van Priester Poppe. Hierin bundelde hij heel wat gebeden en geestelijke oefeningen voor kinderen, waaronder 3 manieren voor kinderen om de kruisweg te maken.
Deze oefeningen zijn erg waardevol, zeker nu we in deze corona crisis Goede Vrijdag niet gezamenlijk in de kerk zullen kunnen vieren, maar in de huiskerk. Om de kruisweg samen met mijn kinderen te kunnen bidden hertaalde ik deze week de tekst van priester Poppe in een meer hedendaags Nederlands en probeerde hierbij zo trouw mogelijk te zijn aan de oorspronkelijke brontekst. U kan hem hier downloaden
Voor wie graag de originele tekst gebruikt verwijs ik graag naar deze website waarop u “Bij de kindervriend” integraal terug vindt in de oorspronkelijke taal uit die tijd.
Tijdens deze vastenperiode las ik het boek ‘Christus Vincit’ waarin Diane Montagna in dialoog gaat met bisschop Athenasius Schneider over de Kerk in onze tijd. In dit boek geeft de bisschop heel wat tips voor het beleven van een Christelijk leven, welke ik graag met u deel.
Vandaag bekijken we zijn tips voor gehuwden.
“Om een goed en goddelijk huwelijk te beleven moet men met hulp van Gods genade en met persoonlijke inzet, naar het volgende streven:
Plaats Christus in het centrum van de gemeenschappelijke liefde tussen man en vrouw. Het huwelijk kan niet enkel tussen twee zijn, maar moet een derde lid bevatten, en die derde is Onze Heer Jezus Christus.
Verban egoïsme, door meer het woord ‘jij’ te gebruiken en zelden het woord ‘ik’.
Wees aandachtig voor elkaar; men moet leren om een stap terug te doen en het geheel bekijken.
Maak kleine spirituele offers in het opgeven van je eigen wil, uit liefde voor elkaar en de kinderen.
Zoek altijd wederzijdse vergeving en ga nooit naar bed zonder verzoening, zelfs in de kleine dingen.
Man en vrouw mogen nooit negatief over elkaar spreken, en vooral nooit in het bijzijn van hun kinderen.
Echtgenoten moeten intens voor elkaar bidden.
Gemeenschappelijk gebed moet een centrale plaats hebben in het leven van het gezin.
Beoefen Christelijke liefdadigheid ten behoeve van de armen en wees zeer gastvrij.
Echtgenoten en alle leden van het gezin moeten leren geduldig te zijn met elkaar en beledigingen, krachttermen en ongepast taalgebruik vermijden. Dergelijke manier van spreken met elkaar heeft geen plaats in een katholieke familie.
Vraag God om de genade om de kruizen van dit aardse leven te aanvaarden uit liefde voor Hem en als een middel tot gebed en boetedoening voor de eeuwige zaligheid van alle leden van het gezin.
Boven alles is er de dagelijkse oefening van Christelijke liefde.
Het boek Christus Vincit is verschenen in het Engels en kan besteld worden op Bol.com
Op Amazon.nl kan ook een ebook versie van dit boek besteld worden.
Omwille van de coronacrisis kan er geen les gegeven worden, voor de leerlingen is er echter wel deze korte infovideo ivm. de kerkelijke maatregelen tegen het coronavirus.
Over het al dan niet behouden van twee lesuren voor de godsdienstlessen is de laatste weken al heel wat geschreven. Ter verdediging ervan verschenen tweets, facebookberichten, opiniestukken en zelfs een petitie die ondertussen al door meer dan 7000 mensen werd ondertekend. Dat zet alleszins aan tot hoop.
Mensen die zowel in het vak staan als daarbuiten argumenteren dat het vak zou bijdragen tot burgerzin en tot verdraagzaamheid. Het is een vak waarin ook heel wat aandacht is voor zowel het vergroten van kennis, als voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. Leerlingen leren er dat ze graag gezien worden en dat ze zichzelf ook graag mogen zien. Leerlingen leren er om gaan met andersdenkenden wat belangrijk is in een maatschappij die steeds maar meer divers wordt. Het vak is bovendien belangrijk om radicalisering tegen te gaan. In de levensbeschouwelijke vakken staan we stil bij wat ons gelukkig kan maken en hoe we kunnen bijdragen aan het geluk van anderen. Tot slot zegt men terecht dat het een waanidee zou zijn te denken dat een vak als LEF een ‘neutraal’ alternatief zou bieden omdat opvoeden of onderwijzen altijd vertrekt vanuit een bepaalde visie op de werkelijkheid.
Het zijn allemaal juiste en waardevolle argumenten voor het behoud van de huidige twee lesuren en als je ziet waarvoor het allemaal goed is zou ik misschien argumenteren om er misschien zelfs drie van te maken. Toch ontbreekt er wat mij betreft steeds weer het belangrijkste argument dat men, waarschijnlijk uit angst om tegen de haren in te strijken, achterwege laat.
Het vak Rooms katholieke godsdienst is belangrijk omwille van God. Als we het vak organiseren is dat in de eerste plaats omdat we in God geloven. Omdat we geloven dat God bestaat (verbazing alom) en omdat we geloven dat God met ons begaan is.
Katholieken geloven in een God die Liefde is. Die is mens geworden in Jezus Christus, die voor ons geleden heeft en zichzelf aan het kruis heeft geofferd. We geloven dat die Jezus, de Weg de Waarheid en het Leven is en dat niemand tot de Vader kan komen dan door Hem. We geloven dus dat het geloof niet alleen kan helpen om gelukkig te zijn op aarde, maar ook dat het noodzakelijk is voor het eeuwig geluk. Daarmee bedoel ik dan voor alle duidelijkheid ook het hemelse geluk om bij God te zijn en alleen niet de impact of de manier waarop we in gedachten voortleven bij onze nabestaanden. Dit geluk is overigens voor iedereen te bereiken, ongeacht je afkomst, verleden, leeftijd of kleur. Uiteraard is ze niet vrijblijvend en verwacht God dat wij zijn liefde ook met liefde voor Hem en voor elkaar beantwoorden. Deze liefde is steeds weer centraal, niet alleen in de wereld die ons wacht, maar net zo goed in de wereld waarin we leven.
Dit goede nieuws (ook wel Evangelie) willen en mogen we dan ook niet voor onszelf houden. Wie dit gelooft zou wel erg slecht zijn als hij dat zou doen en uit liefde voor onze leerlingen delen we deze boodschap, trouw aan de leer van de Kerk, ook graag met hen. Omdat dit zo belangrijk is hebben we daar toch ten minste 2 lesuren voor nodig, in het bijzonder in een tijd waarin leerlingen dit Evangelie zelden nog buiten de klas kunnen horen. Hieruit volgt natuurlijk ook dat we onze leerlingen laten nadenken over goed en kwaad en hen uitdagen om deugdzaam te zijn. We leren hen dat elk mens waardevol is, van de conceptie tot de dood omdat ze naar het evenbeeld van God geschapen zijn.
Dit betekent uiteraard niet dat we nu alle leerlingen met een hamer het geloof moeten inslaan zoals het maar al te vaak karikaturaal wordt afgeschilderd. Leerlingen worden niet gequoteerd naar gelang ze wel of niet geloven. Wie anders denkt wordt niet minder graag gezien. Leerlingen mogen kritisch zijn en worden zelfs uitgedaagd om dat te doen, want wie zoekt naar de Waarheid zal God vinden. We geven de leerlingen dan ook alle ruimte om deze zoektocht, met vallen en opstaan aan te gaan. We dwingen niet, maar begeleiden. Geloof kent geen dwang en steeds gaan we uit van de vrije wil van iedere mens die hen door God geschonken werd, ook dat is liefde.
Uiteraard kunnen er verschillende redenen zijn waarom dit argument voorlopig achterwege gelaten werd, maar enkel als we Christus centraal stellen en dat ook durven zeggen, kan het godsdienstonderwijs relevant blijven. Enkel al het feit dat sommigen dit vergeten of er niet meer over durven spreken is alweer een argument om meer aandacht te besteden aan het godsdienstonderwijs.
Waarom is er zoveel goud in de kerken, zou dat geld niet
beter aan de armen gegeven worden? Lauren 6vz bso
Lauren merkte op dat heel wat katholieke kerken rijkelijk zijn ingekleed. Beelden, duur houtsnijwerk, schilderijen die op veilingen voor honderdduizenden euro’s van de hand zouden gaan, met bladgoud beschilderde muren en marmeren altaarstenen. Niet bepaald een IKEA-interieur en al helemaal niet goedkoop. Eigenlijk stelt Lauren hiermee niet één maar twee vragen, die ik ook apart zal beantwoorden
Waarom is het toch nodig dat de kerken zo versierd zijn?
Zou dat geld niet beter aan de armen gegeven worden?
Waarom is het toch nodig dat de kerken zo versierd zijn?
Toen ik op onze school begon te werken, werden de schoolvieringen of bezinningen gehouden in een klaslokaal, of erger nog in een refter. Dat verliep niet altijd rustig omwille van storend gedrag van de leerlingen, maar vooral de omgeving was niet ideaal. Het zag er allemaal wat gewoontjes uit. Op de banken stonden soms nogal onbeleefde dingen geschreven, de lichtinval was niet geweldig en het rook er muf of naar salami. Het was alles behalve gunstig voor de sfeer van zo’n viering. Toen we besloten om opnieuw onze vieringen in een nabijgelegen kerk te houden was dat een hele verademing. Er hing een sfeer van stilte, het licht kwam binnen langs de mooie glasramen en aan de muren stonden heiligenbeelden en religieuze taferelen. Het zorgde voor een ingetogen sfeer, die bij het merendeel van de leerlingen ook voor rust zorgde.
Ondanks dat ik er van overtuigd ben dat je overal kan bidden, blijkt toch dat de ruimte waarin je dit doet een invloed kan hebben op je geloofsbeleving. Hoewel het geloof vooral naar het bovennatuurlijke (God) gericht is, staat de kerk ook in de wereld en zijn gelovigen mensen van vlees en bloed. Wanneer we bidden in de Kerk doen we dat in de eerste plaats innerlijk. We richten onze ziel en onze gedachten naar God, maar met de sfeer in de kerk kan ook ons lichaam met zijn zintuigen aangesproken worden door het goddelijke.
Kathedraal van Antwerpen
Elk jaar hoor je wel eens jongeren praten die in de zomervakantie Tomorrowland bezochten en hier zeer lovend over zijn. Ze beschrijven dan dat niet alleen de muziek prachtig was, maar vooral dat ze door de hele setting van geuren, beelden, kleuren en aankleding onder de indruk waren. De omgeving waarin het festival zich afspeelt wordt door deze jongeren als sprookjesachtig beschreven en dat is wat volgens veel mensen Tomorrowland anders maakt dan andere festivals. Je waant je er echt in een andere wereld.
Net zoals de setting van Tomorrowland bijdraagt aan de sfeer van het festival, moeten ook de beelden, geuren en klanken in een kerk bijdragen aan de sacraliteit van de sacramenten die in de kerk gevierd worden. Bovendien stellen de beelden en schilderijen de gelovigen in staat om zich een voorstelling te maken van Bijbelse verhalen, heiligenlevens of theologische aspecten. De beelden dragen dan niet alleen bij tot een zekere sfeer, maar ze zijn ook een vorm van catechese.
Een mooi voorbeeld van een priester die het belang hiervan begreep was de Heilige Johannes Maria Vianney, priester in Ars. Hij leefde zelf in grote armoede, niet alleen omdat hij wat hij had deelde met de armen, maar ook omdat hij investeerde in de inkleding van zijn kerkje. Hij wilde dat zijn kerk er mooi uitzag en een verwijzing zou zijn naar de hemelse schoonheid die ons te wachten kan staan na dit leven. Zijn kerk was een van de mooist versierde uit de omgeving. Dit deed hij niet omwille van zichzelf, maar omwille van zijn parochianen, die hij met alle middelen, met lichaam en geest naar God wilde brengen.
De versiering in de kerken helpen ons niet alleen in ons gebed, ze getuigen ook van de liefde die gelovigen voor God hebben. Net zoals een man een mooie diamanten ring koopt om zijn toekomstige vrouw ten huwelijk te vragen, willen we onze kerken met het mooiste en het beste aankleden. Niet noodzakelijk omdat God dit aan ons gevraagd heeft, maar om te laten zien hoeveel God voor ons betekent. De rijkdom die je dus ontdekt in een kerk is het resultaat van vele generaties die hun devotie ook wilde uitdrukken door een stukje van hun werelds bezit af te staan ten ere van God en ten gunste van de gemeenschap.
St. Johannes Maria Vianney
Zou dat geld niet beter aan de armen gegeven worden?
De zorg voor de armen is ontegensprekelijk belangrijk in het katholieke geloof. In het evangelie roept Christus meermaals op om onze naasten en in het bijzonder de armen te helpen. Bij Mattheus lezen we dat ook als Christus zegt:
Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan
Mattheus 25,40
De Kerk heeft die altijd blijven leren en blijven doen. De levens van vele heiligen zoals Moeder Theresa, Franciscus van Assisi en Vincent a Paulo getuigen ervan dat het hart van de Kerk altijd bij de armen heeft gelegen. Ook vandaag nog is ze de grootste hulporganisatie ter wereld.
Toch zou het verkeerd zijn de Kerk alleen tot een hulporganisatie te herleiden. In dat geval zou de Kerk zich alleen maar bezig houden met de wereldse noden van de mens, maar zoals Christus ons leert in de Bijbel, leeft een mens niet van brood alleen. (Mat 4,4) In de eerste plaats is de Kerk er om de mensen naar God te brengen, heilig te maken. Daaruit vloeit natuurlijk ook voort dat wie zich met God verbonden weet ook oog heeft voor mensen die lijden.
Het ene kan het andere niet vervangen, dat wordt ook duidelijk in het evangelie volgens Johannes (12,1-8). Toen Judas zag dat Jezus’ voeten door Maria van Bethanië met een hele dure balsem werden ingesmeerd, stelde hij luidop de vraag:
Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen gegeven?
In de bijbel lezen we dat Judas deze vraag weliswaar niet
stelde uit bekommernis voor de armen, maar omwille van zichzelf, maar toch beantwoordde
Christus deze vraag door te zeggen:
Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhouden, vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. Want de armen houdt gij altijd bij u. Mij echter niet altijd.
Je kan van Christus onmogelijk beweren dat hij niet bekommerd was om de armen zoals we hierboven al duidelijk maakten. Met dit antwoord laat Christus echter zien dat ook de eredienst verzorgd moet worden.
Net zoals Sint Johannes Vianney die zowel zorgde voor de armen als voor een mooie kerk om de eredienst in te houden, moeten we de twee sporen bewandelen. Een kerk die alleen maar de armen helpt en geen oog meer heeft voor God verliest zijn bestaansrecht. Net zo goed kan een Kerk die alleen maar bezig is met het verzamelen van kunst en geen oog heeft voor de armen, geen dienaar van Christus zijn.
Als Maria de moeder van God is, wie heeft Maria dan gemaakt? Yeliz 5 verzorging
Bijna fluisterend stelde Yeliz deze vraag aan haar
buurmeisje in de klas. Als katholieken beweren dat Jezus God is, dan is Maria
de moeder van God. Dat was een juiste redenering van Yeliz in de les over wie
Christus eigenlijk is, maar daarbij kwam ze uit op een nieuw probleem. Als God
pas zo’n 2000 jaar geleden geboren is, wie heeft dan alles, inclusief Maria,
geschapen?
Wel, de Kerk leert ons dat Jezus twee naturen heeft: een
goddelijke en een menselijke. De goddelijke natuur van Jezus Christus, ook wel
God de Zoon genoemd, heeft altijd al bestaan en is nooit geschapen, net zoals
God de Vader en De Heilige Geest, de andere delen van de Heilige
Drievuldigheid, nooit geschapen zijn. Toen God de wereld en alles wat leefde
geschapen heeft, was Christus dus al in God aanwezig. Op die manier is Christus
dus ook verantwoordelijk voor het bestaan van zijn moeder Maria.
Daarnaast is er ook de menselijke natuur van Christus. Deze
ontstaat pas later, wanneer Jezus door de Heilige Geest verwekt wordt bij Maria
en een menselijk lichaam krijgt. Een niet onbelangrijk detail waarbij ik ook
even stilstond met mijn leerlingen is dat Christus dus niet pas mens werd vanaf
zijn geboorte, maar al negen maanden eerder, in de buik van Maria. Katholieken
geloven immers dat je al mens wordt vanaf de bevruchting, wat ook verklaard
waarom we als katholieken abortus afkeuren.
De waarheid in verband met de menswording staat onder meer beschreven in het evangelie van Johannes
In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 1, vers 1 en 14a
Maria kan dus tegelijkertijd door God geschapen zijn, omdat
Hij altijd al bestaan heeft en de moeder zijn van God omdat ze Hem op de wereld
heeft gezet, nadat ze door God bevrucht was. Daarmee is ze dus niet alleen kind
van God, maar ook zijn Moeder en Bruid. Als katholieken de rozenkrans bidden
staan ze bij dit bijzonder gegeven stil door Maria te als volgt te begroeten,
telkens gevolgd door een wees gegroet:
Ik groet U, Maria, Dochter van God de Vader. Wees gegroet … Ik groet U, Maria, Moeder van God de Zoon. Wees gegroet … Ik groet U, Maria, Bruid van God de Heilige Geest. Wees gegroet ..
Het is altijd toch wel een heerlijk moment als leerlingen
vragen als deze stellen, die in al hun ogenschijnlijke eenvoud eigenlijk diep
theologische vragen zijn. Het bewijst dat ze wakker zijn, betrokken met de les
en dat ze zelf verder denken dan wat hen wordt voorgeschoteld. Door de
kritische gefluisterde vraag van Yeliz kwamen we veel sneller tot een van de
mooiste waarheden van het katholieke geloof, dat God ons zo lief had dat Hij
mens is geworden om ons te redden.