Een pleidooi om de essentie van het vak RK-godsdienst niet te vergeten.

Over het al dan niet behouden van twee lesuren voor de godsdienstlessen is de laatste weken al heel wat geschreven. Ter verdediging ervan verschenen tweets, facebookberichten, opiniestukken en zelfs een petitie die ondertussen al door meer dan 7000 mensen werd ondertekend. Dat zet alleszins aan tot hoop.

Mensen die zowel in het vak staan als daarbuiten argumenteren dat het vak zou bijdragen tot burgerzin en tot verdraagzaamheid. Het is een vak waarin ook heel wat aandacht is voor zowel het vergroten van kennis, als voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. Leerlingen leren er dat ze graag gezien worden en dat ze zichzelf ook graag mogen zien. Leerlingen leren er om gaan met andersdenkenden wat belangrijk is in een maatschappij die steeds maar meer divers wordt. Het vak is bovendien belangrijk om radicalisering tegen te gaan. In de levensbeschouwelijke vakken staan we stil bij wat ons gelukkig kan maken en hoe we kunnen bijdragen aan het geluk van anderen. Tot slot zegt men terecht dat het een waanidee zou zijn te denken dat een vak als LEF een ‘neutraal’ alternatief zou bieden omdat opvoeden of onderwijzen altijd vertrekt vanuit een bepaalde visie op de werkelijkheid.

Het zijn allemaal juiste en waardevolle argumenten voor het behoud van de huidige twee lesuren en als je ziet waarvoor het allemaal goed is zou ik misschien argumenteren om er misschien zelfs drie van te maken. Toch ontbreekt er wat mij betreft steeds weer het belangrijkste argument dat men, waarschijnlijk uit angst om tegen de haren in te strijken, achterwege laat.

Het vak Rooms katholieke godsdienst is belangrijk omwille van God. Als we het vak organiseren is dat in de eerste plaats omdat we in God geloven. Omdat we geloven dat God bestaat (verbazing alom) en omdat we geloven dat God met ons begaan is.

Katholieken geloven in een God die Liefde is. Die is mens geworden in Jezus Christus, die voor ons geleden heeft en zichzelf aan het kruis heeft geofferd. We geloven dat die Jezus, de Weg de Waarheid en het Leven is en dat niemand tot de Vader kan komen dan door Hem. We geloven dus dat het geloof niet alleen kan helpen om gelukkig te zijn op aarde, maar ook dat het noodzakelijk is voor het eeuwig geluk. Daarmee bedoel ik dan voor alle duidelijkheid ook het hemelse geluk om bij God te zijn en alleen niet de impact of de manier waarop we in gedachten voortleven bij onze nabestaanden. Dit geluk is overigens voor iedereen te bereiken, ongeacht je afkomst, verleden, leeftijd of kleur. Uiteraard is ze niet vrijblijvend en verwacht God dat wij zijn liefde ook met liefde voor Hem en voor elkaar beantwoorden. Deze liefde is steeds weer centraal, niet alleen in de wereld die ons wacht, maar net zo goed in de wereld waarin we leven.

Dit goede nieuws (ook wel Evangelie) willen en mogen we dan ook niet voor onszelf houden. Wie dit gelooft zou wel erg slecht zijn als hij dat zou doen en uit liefde voor onze leerlingen delen we deze boodschap, trouw aan de leer van de Kerk, ook graag met hen. Omdat dit zo belangrijk is hebben we daar toch ten minste 2 lesuren voor nodig, in het bijzonder in een tijd waarin leerlingen dit Evangelie zelden nog buiten de klas kunnen horen. Hieruit volgt natuurlijk ook dat we onze leerlingen laten nadenken over goed en kwaad en hen uitdagen om deugdzaam te zijn. We leren hen dat elk mens waardevol is, van de conceptie tot de dood omdat ze naar het evenbeeld van God geschapen zijn.

Dit betekent uiteraard niet dat we nu alle leerlingen met een hamer het geloof moeten inslaan zoals het maar al te vaak karikaturaal wordt afgeschilderd. Leerlingen worden niet gequoteerd naar gelang ze wel of niet geloven. Wie anders denkt wordt niet minder graag gezien. Leerlingen mogen kritisch zijn en worden zelfs uitgedaagd om dat te doen, want wie zoekt naar de Waarheid zal God vinden. We geven de leerlingen dan ook alle ruimte om deze zoektocht, met vallen en opstaan aan te gaan. We dwingen niet, maar begeleiden. Geloof kent geen dwang en steeds gaan we uit van de vrije wil van iedere mens die hen door God geschonken werd, ook dat is liefde.

Uiteraard kunnen er verschillende redenen zijn waarom dit argument voorlopig achterwege gelaten werd, maar enkel als we Christus centraal stellen en dat ook durven zeggen, kan het godsdienstonderwijs relevant blijven. Enkel al het feit dat sommigen dit vergeten of er niet meer over durven spreken is alweer een argument om meer aandacht te besteden aan het godsdienstonderwijs.

Advertenties

Waarom is er zoveel goud in de kerken, zou dat geld niet beter aan de armen gegeven worden?

Waarom is er zoveel goud in de kerken, zou dat geld niet beter aan de armen gegeven worden? Lauren 6vz bso

Lauren merkte op dat heel wat katholieke kerken rijkelijk zijn ingekleed. Beelden, duur houtsnijwerk, schilderijen die op veilingen voor honderdduizenden euro’s van de hand zouden gaan, met bladgoud beschilderde muren en marmeren altaarstenen. Niet bepaald een IKEA-interieur en al helemaal niet goedkoop. Eigenlijk stelt Lauren hiermee niet één maar twee vragen, die ik ook apart zal beantwoorden

  1. Waarom is het toch nodig dat de kerken zo versierd zijn?
  2. Zou dat geld niet beter aan de armen gegeven worden?

Waarom is het toch nodig dat de kerken zo versierd zijn?

Toen ik op onze school begon te werken, werden de schoolvieringen of bezinningen gehouden in een klaslokaal, of erger nog in een refter. Dat verliep niet altijd rustig omwille van storend gedrag van de leerlingen, maar vooral de omgeving was niet ideaal. Het zag er allemaal wat gewoontjes uit. Op de banken stonden soms nogal onbeleefde dingen geschreven, de lichtinval was niet geweldig en het rook er muf of naar salami. Het was alles behalve gunstig voor de sfeer van zo’n viering. Toen we besloten om opnieuw onze vieringen in een nabijgelegen kerk te houden was dat een hele verademing. Er hing een sfeer van stilte, het licht kwam binnen langs de mooie glasramen en aan de muren stonden heiligenbeelden en religieuze taferelen. Het zorgde voor een ingetogen sfeer, die bij het merendeel van de leerlingen ook voor rust zorgde.

Ondanks dat ik er van overtuigd ben dat je overal kan bidden, blijkt toch dat de ruimte waarin je dit doet een invloed kan hebben op je geloofsbeleving. Hoewel het geloof vooral naar het bovennatuurlijke (God) gericht is, staat de kerk ook in de wereld en zijn gelovigen mensen van vlees en bloed. Wanneer we bidden in de Kerk doen we dat in de eerste plaats innerlijk. We richten onze ziel en onze gedachten naar God, maar met de sfeer in de kerk kan ook ons lichaam met zijn zintuigen aangesproken worden door het goddelijke.

Kathedraal van Antwerpen

Elk jaar hoor je wel eens jongeren praten die in de zomervakantie Tomorrowland bezochten en hier zeer lovend over zijn. Ze beschrijven dan dat niet alleen de muziek prachtig was, maar vooral dat ze door de hele setting van geuren, beelden, kleuren en aankleding onder de indruk waren. De omgeving waarin het festival zich afspeelt wordt door deze jongeren als sprookjesachtig beschreven en dat is wat volgens veel mensen Tomorrowland anders maakt dan andere festivals. Je waant je er echt in een andere wereld.

Net zoals de setting van Tomorrowland bijdraagt aan de sfeer van het festival, moeten ook de beelden, geuren en klanken in een kerk bijdragen aan de sacraliteit van de sacramenten die in de kerk gevierd worden. Bovendien stellen de beelden en schilderijen de gelovigen in staat om zich een voorstelling te maken van Bijbelse verhalen, heiligenlevens of theologische aspecten. De beelden dragen dan niet alleen bij tot een zekere sfeer, maar ze zijn ook een vorm van catechese.

Een mooi voorbeeld van een priester die het belang hiervan begreep was de Heilige Johannes Maria Vianney, priester in Ars. Hij leefde zelf in grote armoede, niet alleen omdat hij wat hij had deelde met de armen, maar ook omdat hij investeerde in de inkleding van zijn kerkje. Hij wilde dat zijn kerk er mooi uitzag en een verwijzing zou zijn naar de hemelse schoonheid die ons te wachten kan staan na dit leven. Zijn kerk was een van de mooist versierde uit de omgeving. Dit deed hij niet omwille van zichzelf, maar omwille van zijn parochianen, die hij met alle middelen, met lichaam en geest naar God wilde brengen.

De versiering in de kerken helpen ons niet alleen in ons gebed, ze getuigen ook van de liefde die gelovigen voor God hebben. Net zoals een man een mooie diamanten ring koopt om zijn toekomstige vrouw ten huwelijk te vragen, willen we onze kerken met het mooiste en het beste aankleden. Niet noodzakelijk omdat God dit aan ons gevraagd heeft, maar om te laten zien hoeveel God voor ons betekent. De rijkdom die je dus ontdekt in een kerk is het resultaat van vele generaties die hun devotie ook wilde uitdrukken door een stukje van hun werelds bezit af te staan ten ere van God en ten gunste van de gemeenschap.

St. Johannes Maria Vianney

Zou dat geld niet beter aan de armen gegeven worden?

De zorg voor de armen is ontegensprekelijk belangrijk in het katholieke geloof. In het evangelie roept Christus meermaals op om onze naasten en in het bijzonder de armen te helpen. Bij Mattheus lezen we dat ook als Christus zegt:

Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan

Mattheus 25,40

De Kerk heeft die altijd blijven leren en blijven doen. De levens van vele heiligen zoals Moeder Theresa, Franciscus van Assisi en Vincent a Paulo getuigen ervan dat het hart van de Kerk altijd bij de armen heeft gelegen. Ook vandaag nog is ze de grootste hulporganisatie ter wereld.

Toch zou het verkeerd zijn de Kerk alleen tot een hulporganisatie te herleiden. In dat geval zou de Kerk zich alleen maar bezig houden met de wereldse noden van de mens, maar zoals Christus ons leert in de Bijbel, leeft een mens niet van brood alleen. (Mat 4,4) In de eerste plaats is de Kerk er om de mensen naar God te brengen, heilig te maken. Daaruit vloeit natuurlijk ook voort dat wie zich met God verbonden weet ook oog heeft voor mensen die lijden.

Het ene kan het andere niet vervangen, dat wordt ook duidelijk in het evangelie volgens Johannes (12,1-8). Toen Judas zag dat Jezus’ voeten door Maria van Bethanië met een hele dure balsem werden ingesmeerd, stelde hij luidop de vraag:

Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen gegeven?

In de bijbel lezen we dat Judas deze vraag weliswaar niet stelde uit bekommernis voor de armen, maar omwille van zichzelf, maar toch beantwoordde Christus deze vraag door te zeggen:

 Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhouden, vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. Want de armen houdt gij altijd bij u. Mij echter niet altijd.

Je kan van Christus onmogelijk beweren dat hij niet bekommerd was om de armen zoals we hierboven al duidelijk maakten. Met dit antwoord laat Christus echter zien dat ook de eredienst verzorgd moet worden.

Net zoals Sint Johannes Vianney die zowel zorgde voor de armen als voor een mooie kerk om de eredienst in te houden, moeten we de twee sporen bewandelen. Een kerk die alleen maar de armen helpt en geen oog meer heeft voor God verliest zijn bestaansrecht. Net zo goed kan een Kerk die alleen maar bezig is met het verzamelen van kunst en geen oog heeft voor de armen, geen dienaar van Christus zijn.

Als Maria de moeder van God is, wie heeft Maria dan gemaakt?

Als Maria de moeder van God is, wie heeft Maria dan gemaakt?
Yeliz 5 verzorging

Bijna fluisterend stelde Yeliz deze vraag aan haar buurmeisje in de klas. Als katholieken beweren dat Jezus God is, dan is Maria de moeder van God. Dat was een juiste redenering van Yeliz in de les over wie Christus eigenlijk is, maar daarbij kwam ze uit op een nieuw probleem. Als God pas zo’n 2000 jaar geleden geboren is, wie heeft dan alles, inclusief Maria, geschapen?

Wel, de Kerk leert ons dat Jezus twee naturen heeft: een goddelijke en een menselijke. De goddelijke natuur van Jezus Christus, ook wel God de Zoon genoemd, heeft altijd al bestaan en is nooit geschapen, net zoals God de Vader en De Heilige Geest, de andere delen van de Heilige Drievuldigheid, nooit geschapen zijn. Toen God de wereld en alles wat leefde geschapen heeft, was Christus dus al in God aanwezig. Op die manier is Christus dus ook verantwoordelijk voor het bestaan van zijn moeder Maria.

Daarnaast is er ook de menselijke natuur van Christus. Deze ontstaat pas later, wanneer Jezus door de Heilige Geest verwekt wordt bij Maria en een menselijk lichaam krijgt. Een niet onbelangrijk detail waarbij ik ook even stilstond met mijn leerlingen is dat Christus dus niet pas mens werd vanaf zijn geboorte, maar al negen maanden eerder, in de buik van Maria. Katholieken geloven immers dat je al mens wordt vanaf de bevruchting, wat ook verklaard waarom we als katholieken abortus afkeuren.

De waarheid in verband met de menswording staat onder meer beschreven in het evangelie van Johannes

In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 1, vers 1 en 14a

Maria kan dus tegelijkertijd door God geschapen zijn, omdat Hij altijd al bestaan heeft en de moeder zijn van God omdat ze Hem op de wereld heeft gezet, nadat ze door God bevrucht was. Daarmee is ze dus niet alleen kind van God, maar ook zijn Moeder en Bruid. Als katholieken de rozenkrans bidden staan ze bij dit bijzonder gegeven stil door Maria te als volgt te begroeten, telkens gevolgd door een wees gegroet:

Ik groet U, Maria, Dochter van God de Vader. Wees gegroet …
Ik groet U, Maria, Moeder van God de Zoon. Wees gegroet …
Ik groet U, Maria, Bruid van God de Heilige Geest. Wees gegroet ..

Het is altijd toch wel een heerlijk moment als leerlingen vragen als deze stellen, die in al hun ogenschijnlijke eenvoud eigenlijk diep theologische vragen zijn. Het bewijst dat ze wakker zijn, betrokken met de les en dat ze zelf verder denken dan wat hen wordt voorgeschoteld. Door de kritische gefluisterde vraag van Yeliz kwamen we veel sneller tot een van de mooiste waarheden van het katholieke geloof, dat God ons zo lief had dat Hij mens is geworden om ons te redden.

10 tips van de Zalige priester Poppe voor godsdienstleerkrachten

poppe

Tijdens de Advent en in de kerstvakantie las ik het boekje ‘Katechese en Opvoeding’ van de Zalige priester Edward Poppe. Hoewel heb boekje geschreven is aan het begin van de vorige eeuw is er veel dat ik als (godsdienst) leerkracht leerde van deze mooie publicatie. Ik deel dan ook graag aan de hand van quotes uit de publicatie de volgende 10 tips met mijn collega’s en iedereen die op de een of andere manier met godsdienstonderwijs, opvoeding of catechese bezig is.

1. Bid voor je leerlingen. Poppe raadt aan de namen van leerlingen op een kaartje te schrijven en te bidden voor ieder van hen en voor hun specifieke noden.

Wij moeten bidden en ook doen bidden voor onze kinderen (…). Wij moeten soms uitdrukkelijk en bij name onze kinderen aan Jezus voorstellen: hun gedrag bespreken, hun roeping aanbevelen.

2. Zoek God op en leg Hem je zorgen voor. Voor alles kunnen we bij Hem terecht, zelfs met onze lesvoorbereidingen. Hij was en is de eerste leerkracht die ons blijvend kan doen groeien.

Wilt ge tot besluit van deze eenvoudige les u voornemen, morgen tien minuutjes te overwegen voor het stille Tabernakel onder het oog en de invloed van de heilige Hostie? Wilt ge overmorgen opnieuw 10 minuutjes vinden om een nieuwe gedachte te laten rijpen in dat vruchtbaar samenzijn met de goddelijke Pedagoog?

3. Heb niet alleen oog voor de groei in kennis en vaardigheden van je leerlingen, maar ook voor hun groei naar heiligheid. Uiteraard kunnen we geen punten toekennen aan de religieuze groei van leerlingen. Maar wie vanuit een katholiek engagement voor de klas staat en zijn leerlingen lief heeft, is ook bekommerd met hun groei naar heiligheid.

Wij trachten dus door het godsdienstig onderwijs het kind, tot zijn bovennatuurlijke bestemming op te leiden…

4. Godsdienstonderwijs is een genadewerk. Ons geloof dat Christus als bron en doel heeft is natuurlijk ook van hem afhankelijk, want zo zegt Christus zelf “Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets. (Joh 15,5)

En wat is een godsdienstige opvoeding, die geen rekening houdt met de genade? Een veld zonder dauw en zonder regen, een akker duchtig geploegd en rijk bezaaid, waarover nooit de zon schijnt.

5.Verwaarloos de natuurlijke leermiddelen niet. Hoewel Poppe in het boekje vooral een pleidooi houdt om ook bovennatuurlijke middelen aan te spreken wijst hij ook nog op het belang van de natuurlijke leermiddelen die niet verwaarloost mogen worden. Je zal bij Poppe dus zeker geen excuus vinden om je lessen niet meer voor te bereiden en alles aan God over te laten. Poppe prijst heel wat didactische middelen aan die vooral duidelijk en zo waarneembaar mogelijk moeten zijn.

Hoewel de genade de volledige oorzaak is inzake bovennatuurlijke uitwerkselen van de opvoedkundige bedrijvigheid, toch werkt zij gewoonlijk enkel daar, waar tegelijk de natuurlijke middelen worden aangewend.

6. Breng niet alleen de kerk naar de leerlingen, maar ook de leerlingen naar de kerk. Kom buiten met de leerlingen en bezoek een kerk waar de sfeer heel anders is dan in een klas en waar heel wat onderwerpen bijna tastbaar aanwezig zijn.

Gij die een kapel of een kerk in de nabijheid hebt, maakt gaarne en veelvuldig gebruik van dat ongeëvenaard leer- en opvoedingsmiddel. Geen enkel ander is zo volledig, zo centraal-christelijk als de kerk met al wat er in is en omgaat.

7. Durf te bidden in de klas en koppel je gebed aan het thema van de les. Je kan leerlingen niet dwingen hieraan deel te nemen, maar uiteraard zijn van harte uitgenodigd om hieraan deel te nemen indien ze dit wensen. Het herinnert bovendien de leerkracht aan zijn gebondenheid aan God.

Het gebed in de klas is een geestelijke oefening, die machtig mee kan helpen tot vorming van het schoolkind.

8. Neem deel aan de liturgie, samen met de leerlingen. Laat ze de liturgie en sacramenten niet enkel kennen door erover te leren, maar zo mogelijk ook door ze bij te wonen. Waar aanwezigheid niet mogelijk is zag priester Poppe zelfs al heel vroeg de mogelijkheden van de film en ander beeldmateriaal in.

De liturgie is een christelijk leer- en levensmiddel. Het is een opleidingsmiddel met natuurlijk en tevens bovennatuurlijk licht en kracht.

9.Leer niet enkel over geloof maar leef ervan en leef ernaar. Wie zelf een diep geloofsleven heeft kan dit doorleefd onderwijzen. Leerlingen voelen dit.

De leerstof van de godsdienstles moet in ons leven verwerkt zijn tot overtuiging en gewoonte, vooraleer wij ze in een beleefbare vorm aan de kinderen kunnen overmaken.

10. Zorg dat Maria een plaats krijgt in je godsdienstles. Maria was de moeder van God die met een onuitputtelijke liefde voor de opvoeding van Christus gezorgd heeft, deze liefde kan ook een bron van leven zijn voor ons eigen leven en dat van onze leerlingen.

Zij maakt onze ziel volmaakter gesteld om die genade-invloeden te ondergaan: Zij is immers het ‘kanaal van Genade’. (…) Zij herstelt onze fouten en vult onze tekorten aan.

Katechese en opvoeding

Meneer, hebt u iets tegen protestanten?

Zoals elk jaar leerden de 6de jaars in onze klas over de protestantse revolutie. Dit jaar misschien zelfs met extra aandacht omdat het 500 jaar geleden is dat Martin Luther zijn beruchte stellingen aan de slotkapel van Wittenberg timmerde. In deze lessen bekijken we natuurlijk de oorzaken van deze opstand. Heel wat protestantse opwerpingen tegen de problemen in de Kerk waren soms terecht, zoals het ontbreken van een degelijke priesteropleiding en de manier waarom sommige geestelijken met aflaten omgingen, ook binnenkerkelijk leefde dit besef. Daarnaast besprak ik met de leerlingen ook de manier waarop de protestanten deze problemen benaderde en hoe ze daarna ook theologisch helemaal afdwaalden. Ik vond het belangrijk dat de leerlingen kritisch leerden zijn tegenover het gedrag van sommige geestelijken in de Kerk, maar net zo goed tegenover de manier waarop protestanten hiermee om zijn gegaan, want dat laatste wordt soms wel eens overgeslagen.

Daarmee had ik toch een bepaalde indruk gewekt bij de leerlingen, waarvan er eentje, mondig als ze zijn, me vroeg of ik eigenlijk ‘iets’ had tegen protestanten. Mijn kritische benadering had blijkbaar de indruk gewekt dat ik een soort van haat tegenover protestanten zou koesteren, wat natuurlijk niet erg christelijk zou zijn. Ook daarop werd ik aangesproken. Eigenlijk was ik zeer blij dat deze leerling zijn indruk ter sprake bracht. Het legt iets bloot dat ook maatschappelijk lijkt te leven: het idee dat als je kritisch bent over een bepaald gedrag of handeling, je ook de persoon in kwestie afkeurt. Dat was hier het geval bij de protestantse opstand, maar het gebeurd bijvoorbeeld ook bij discussies over het het zogenaamde homo-huwelijk of abortus. Wie vragen stelt bij bepaalde levenskeuzes, zou daarmee ook de mensen die er in verwikkeld zitten, veroordelen.

Niets is minder waar natuurlijk. In een eerste poging vergeleek het met de leerling zelf. ‘Kijk Chaima, ik vind je echt een fijne leerling, maar ik vind het niet fijn als je bijvoorbeeld zou roepen in mijn les’. Er is dus een verschil tussen hoe ik jou als persoon waardeer en hoe ik een bepaald gedrag dat je vertoont waardeer. Op dezelfde manier ga ik als katholiek ook om met protestanten als persoon en het protestantisme zelf.’ Met deze benadering waren ze toch helemaal niet overtuigd, zeker nadat ik me een beetje had opgeboeid in katholieken die 500 jaar ‘reformatie’ vierden. Daar stond ik dan als leerkracht met al mijn goede bedoelingen een beetje vastgenageld als een papiertje met 95 stellingen. Gelukkig kreeg ik tijdig een ingeving en probeerde ik het op een andere manier. Dit keer met de parabel van de verloren zoon.

‘De Kerk neemt hier de plaats in van de goede vader, die zijn zoon liefheeft en verlangt naar zijn thuiskomst, al heeft zijn zoon hem verlaten. Net als de vader keurt de Kerk niet alles goed wat de zoon gedaan heeft of is ze het niet eens met de richting die de protestanten zijn uit gegaan, maar net zo goed keert ze zich niet af van de protestanten, maar kijkt ze hoopvol uit naar hun terugkomst, om zoals Jezus het zegt ‘allen één te zijn’. Een liefdevolle vader zou toch niet het vertrek van zijn zoon vieren, maar wel zijn terugkomst en dat was dus wat ik bedoelde.’

Het begon de leerlingen duidelijk te worden. ‘Ik heb dat soms ook met mijn broer’ zei al snel een van de meisjes. ‘Ik ook, maar dan met mijn vriendje’ zei een andere. Er gaat dan ook een ontegensprekelijke universele kracht uit van de parabel van de verloren zoon. Er vloeide snel mooie gespreken uit voort, over liefde die breuken en fouten overstijgen in relaties met vriendjes, ouders en familie.  Al even snel kwam spijtig genoeg ook het belsignaal en de leerlingen verlieten de klas om naar huis te gaan. Moe maar voldaan ging ook ik op pad, uitkijkend naar hun terugkeer.

 

Qmusic

Deze week hield Qmusic de finale voor een wedstrijd om mee te gaan op Q-World tour. Voor de finale moesten mensen items verzamelen waarvan de ene al wat sneller te vinden was dan de andere. Zo stond een strijkijzer, witte tulpen, een blokfluit, maar ook een échte “Mia” trofee en een rijbewijs uit Leeds op de lijst. Tot zover geen probleem, een leuke wedstrijd met een mooie prijs, ware het niet dat er nog een ander “item” op de lijst stond, zijnde nummer 20:

‘Een hostie, hij moet niet gezegend zijn. Een snoephostie wordt niet aanvaard.’

Bij het lezen hiervan kreeg ik echt buikpijn: tot welk misbruik van de Eucharistie zou deze wedstrijd nu gaan leiden? Ik was boos, erg boos, dat Qmusic iets wat voor mij als katholiek, zo waardevol is, openstelde om gebruikt (misbruikt) te worden voor een wedstrijd.

Toen ik in intieme kring mijn ongenoegen hierover uitsprak, stelde mijn broer me de vraag of het niet de taak van de gelovigen moest zijn om zaken als deze van niet-gelovigen te verdragen. Zij weten immers niet wat de hostie voor ons inhoudt en hebben dus ook niet de intentie om deze te beledigen of om misbruik uit te lokken. Daarenboven, zo argumenteerde hij, stond ook op de lijst dat de hostie niet ‘gezegend’ moest zijn.

Ik begrijp zijn argument tot op zekere hoogte wel. Het klopt dat de mensen bij Qmusic en met hen heel wat anderen geen besef hebben van de diepe waarde en betekenis van de Hostie als Lichaam van Christus. Misschien wordt er zelfs in katholieke kringen en publicaties te weinig de nadruk op gelegd. Daarom is het niet slecht dat ik de leer hieromtrent even herhaal.

Een hostie die door een priester geconsacreerd wordt, is het Lichaam van Christus. De katholieke leer is hierover heel duidelijk: het is er geen symbool van, er geen herinnering aan of er geen verwijzing naar, maar het is het Lichaam van Christus. Als de priester de geconsacreerde Hostie dus vastneemt, heeft hij Christus zelf vast en als we de Hostie ontvangen, ontvangen we Christus zelf. Christus spreekt hier zelf over wanneer hij zegt:

Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u. Maar wie mijn vlees en bloed eet en drinkt, die bezit eeuwig leven.[1]

God geeft ons zijn Lichaam als symbool van liefde. Het is het grootste en intiemste geschenk dat gegeven kan worden. Een andere vorm van deze gave vinden we terug bij geliefden die elkaar hun lichaam geven als teken van hun intieme liefde. Als deze liefde eenzijdig verbroken wordt, zal de gemeenschap in lichaam niet meer tot stand komen. Wie een ernstige zonde gepleegd heeft (een doodzonde) heeft dan ook geen toegang tot dit sacrament van de Eucharistie, want door zijn zonde heeft hij de liefdesband met Christus verbroken. Wie dus gestolen heeft, mensen heeft afgetroggeld of zijn geloof heeft verwaarloosd zal eerst moeten biechten. Door de biecht betuigt de zondaar zijn spijt tegenover Christus en geeft hij aan dat hij zich opnieuw voor zijn relatie met de Heer wil inzetten. Hierdoor wordt de band hersteld en kan de persoon in kwestie de hostie opnieuw ontvangen.

Wie katholiek is en logischerwijs Christus met heel zijn hart liefheeft, voelt dezelfde liefde tot de gewijde Hostie, die Christus zelf is. Dat Qmusic deze liefde niet voelt, verandert niets aan de waarde die wij aan de Hostie geven en maakt dus dat we ook niet mogen aanvaarden dat ze misbruikt zou kunnen worden. Als vergelijking zouden we vrouwen niet laten misbruiken, ook niet als de misbruiker in zijn cultuur of beleving vrouwen als een gebruiksvoorwerp ziet.

Dat Qmusic toevoegt dat het geen gewijde hostie moet zijn, vind ik maar een flauw excuus om het toch toe te laten. Qmusic zou ‘Een Mercedes-ster, ze moet niet van een wagen afgerukt zijn’ waarschijnlijk ook niet in de lijst met items opgenomen hebben, al was het maar om te voorkomen dat mensen toch tot vandalisme zouden overgaan om aan de wedstrijd deel te nemen.

2016-02-06_13-37-56_PW_QMusicWorldtour.jpg

Omwille van de aangehaalde punten deed het me als gelovige pijn om te bedenken dat het Lichaam van Christus, dat ons als teken van Liefde en Leven gegeven wordt, misbruikt zou worden voor een wedstrijd en niet gewaardeerd wordt als de grote liefdevolle gave die ze is. Ik wens niemand toe dat hij misbruikt zou worden wanneer hij zich uit liefde helemaal wil geven aan een ander; zoveel te meer doet het me dan ook pijn te bedenken dat dit misschien wel gebeurt met Christus, die ik zo liefheb en dit dan nog in het kader van een radiowedstrijd.

Ik besef dat ik met deze brief rijkelijk laat ben, de radiowedstrijd alweer even achter de rug is, maar ik hoop dat ik toch mensen heb kunnen aantonen waarom de Eucharistie, het Allerheiligste Sacrament, voor katholieken zo belangrijk is. Qmusic had met deze wedstrijd vast niet de intentie om wie dan ook te kwetsen, maar het zou het “feel good” imago van hun radiozender wel ten goede komen als ze in de toekomst iets meer gevoeligheid aan de dag brengen als het gaat over godsdienstige elementen.

[1] Evangelie volgens Johannes hoofdstuk 6 vers 53-54

  • Update: Ondertussen ontving ik een reactie van Sven Ornelis, u kan ze hieronder lezen:

Beste Bart,

 Ik kreeg via m’n collega’s uw opiniestuk in m’n mailbox. Ik heb het met veel respect en begrip gelezen. Ik begrijp uw mening, zeker als gewezen godsdienstwetenschapper.Het doet ons deugd om te lezen dat u begrijpt dat het zeker niet de bedoeling was van onze medewerkers die de lijst hebben opgesteld om te kwetsen.Ook daarom hebben ze wel degelijk gezegd dat de hostie niet gewijd moest zijn.

Bij mijn weten wordt pas in de eucharistieviering dat “gewone” stukje brood het lichaam van Christus.Ik weet nog goed dat vroeger enkele vriendjes van me zo’n ongewijde hosties hadden gekregen van de plaatselijk priester “om misje te spelen”.Maar goed, dat wordt bijna een dogmatische discussie en die moeten we natuurlijk ook niet gaan voeren.

Dat neemt niet weg dat we wel begrijpen dat je je persoonlijk vragen stelt bij een ongewijde hostie als spelelement.

We zullen in het vervolg daarom nog met extra aandacht dit soort items overdenken.Kwetsen is wat wij niet willen, en respect is een belangrijke waarde van onze zender

 Met dank voor uw mail,

 Van harte

Ik beantwoordde hem als volgt:

Beste Sven,

Bedankt voor je antwoord. Je hebt inderdaad goed onthouden dat de hostie pas Lichaam van Christus wordt na de consecratie. De ongewijde hostie gebruiken kan dan ook inderdaad helemaal geen kwaad en hoeft niemand te kwetsen. Ik kan me echter voorstellen dat niet elke deelnemer het daar zou nauw mee neemt en mogelijk gewoon op zondag aangeschoven is in de communie-rij en een geconsacreerde hostie meenam om in zijn koffer te steken. Misschien heb ik hierop te weinig de nadruk gelegd in mijn opiniestuk.
Ik wil je in ieder geval bedanken dat je het voornemen neemt om in de toekomst extra rekening te houden met religieuze zaken en dank je nogmaals dat je de tijd nam om op mijn bericht te reageren.

Ik wens je graag nog veel succes met uw radiowerk en sta graag ter uwer beschikking als ik u ergens mee ten dienst kan zijn.

Vriendelijke groeten
Bart Giedts

Waarom hangen jullie overal kruisen, het is toch zo iets verschrikkelijks!

7c758f01c989874a5f32185fadd1cb76

Deze vraag is me vaak gesteld, door moslimleerlingen, vrienden en collega’s. Heel wat mensen zien de gekruisigde christus en zien vooral het marteltuig en daar hebben ze ook gelijk in. Het kruis is een vreselijke manier om iemand om het leven te brengen. De dood aan het kruis is immers, traag, vernederend en erg pijnlijk. U leest het goed, ik schrijf is en niet was, want ook vandaag nog wordt kruisiging toegepast om mensen om het leven te brengen, vooral in het Midden-Oosten waar moslimextremisten deze manier van moorden op Christenen toepassen.

Als wij christenen beweren zoveel van Christus te houden, waarom tonen we Hem dan steeds in wat zijn minst glorierijke moment lijkt te zijn: het moment waarop Hij gekruisigd wordt. Scheppen wij genoegen in zijn dood? Zijn wij ongevoelige verheerlijkers van pijn?

Gelukkig is hier opnieuw niet alles wat het lijkt en zit er oneindig veel meer achter. Het kruis van Christus is geen symbool van dood maar van leven, het is geen symbool van haat, maar van liefde.

We kunnen Christus en het kruis niet van elkaar scheiden. Zijn dood op het kruis was geen toevalligheid. De kruisdood is veel meer dan een spijtig en tragisch einde aan het leven van Jezus, die ons Zijn leer bracht, maar het is juist het doel van Zijn komst. Christus is net gekomen om zichzelf op te offeren voor de vergeving van onze zonden. De zonden van de mens, die hun oorsprong vinden in de erfzonde die gepleegd werd door Adam en Eva. Door hun zonde ontstond er een breuk tussen ons en God, waardoor de poorten van de Hemel gesloten werden. Daardoor kon niemand nog van het eeuwige geluk in de hemel genieten. Om deze breuk tussen mens en God opnieuw te herstellen was een offer nodig, een offer dat alleen God zelf kon brengen en dat Hij uit liefde voor de mens dan ook brengt als Christus.

God geeft om ons en heeft zich ons lot aangetrokken. Hij offert zijn Zoon op uit liefde voor ons, zondaars. Ondanks de ontrouw van de mens aan God, geeft God toch om ons en wil Hij ons redden zodat we met Hem eeuwig van de hemel kunnen genieten. Dat maakt van het kruis een teken van liefde. Zeg nu zelf voor wie zou jij kiezen voor een leven vol lijden en een zo vreselijke dood als die aan het kruis, als dat betekent dat je hem of haar kan redden? We zouden het misschien over hebben voor onze ouders of onze kinderen, maar verder? God doet het voor ons allemaal en voor ieder van ons in het bijzonder en dat is pure liefde.

Toch zal het voor vele mensen onbegrijpelijk zijn dat we in een God geloven die zich voor ons heeft opgeofferd, zo werd het ook voorspeld in de eerste brief van Paulus aan de Christenen van Korinthe:

[23] Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, [24] maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, Gods kracht en Gods wijsheid. [25] De dwaasheid van God is namelijk wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.

Ook Paus Benedictus haalde dit al aan in een toespraak voor de jongeren in 2011

Wij geloven vast dat Jezus Christus zichzelf aan het kruis geofferd heeft om ons zijn liefde te geven. In zijn lijden droeg hij ons lijden, nam onze zonden op zich, verkreeg vergeving voor ons, verzoende ons met God de Vader en opende voor ons de weg naar het eeuwige leven. Zo werden wij verlost van wat ons leven het meest blokkeert: de slavernij van de zonde. We kunnen nu iedereen liefhebben, zelfs onze vijanden, en deze liefde delen met onze armste broeders en zusters en ieder die in moeilijkheden zit.

Beste vrienden, het Kruis schrikt ons vaak af, omdat het een ontkenning van het leven lijkt. In feite is het tegendeel waar! Het is Gods “ja” tegen de mensheid, de opperste uiting van zijn liefde en de bron waaruit het eeuwige leven voortvloeit. Juist uit Jezus’ doorboorde hart op het Kruis stroomt dit goddelijke leven voort, altijd toegankelijk voor wie zijn ogen opheft naar de Gekruisigde. Ik kan jullie alleen maar aansporen om Jezus’ Kruis te omarmen als teken van Gods liefde en de bron van nieuw leven. Buiten Jezus Christus, opgestaan uit de dood, kan er geen redding zijn! Alleen Hij kan de wereld bevrijden van het kwaad en de groei bewerken van het Koninkrijk der gerechtigheid, vrede en liefde waar wij allemaal zo naar verlangen.

Tot slot zei ook zijn opvolger Franciscus over het kruis in zijn eerste preek als Paus:

Wanneer wij zonder het Kruis op weg gaan, wanneer wij zonder het Kruis bouwen en wanneer wij een Christus zonder Kruis belijden, dan zijn we geen volgelingen of leerlingen van Onze Lieve Heer.

Het kruis hangen wij op zodat het voor ons een herinnering zou zijn aan de liefde voor God en het offer dat Christus voor ons bracht. Maar het is ook een symbool van troost voor die momenten waarop we zelf lijden. We lijden nooit alleen en ons lijden is God niet onbekend, want in Christus heeft Hij zelf geleden. Wie anders dan God zou ons dan zo goed kunnen begrijpen als we zelf in lijden verdrinken en denken “Mijn God, Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?”